Jongeren aan het steppen op het stadsplein
Jongeren aan het steppen op het stadsplein

VGC
JAARVERSLAG
2018

Boeiende ontmoetingen

Ontmoeten. Het woord staat op zowat elke pagina van dit jaarverslag. Dat is niet toevallig. Voor de VGC is het een belangrijke reden van bestaan: ontmoetingen stimuleren. En natuurlijk is het ook voor u een belangrijke reden van bestaan: het leven wordt pas interessant als er interessante ontmoetingen aan te pas komen.

VGC-JAARVERSLAG 2018

Boeiende ontmoetingen

Ontmoet Comenius

Een van de interessantste projecten van de VGC in 2018 was de opening van Campus Comenius in Koekelberg. Zo ziet de school van de toekomst eruit: een plek waar de hele buurt elkaar ontmoet. Op de basis- én de secundaire school, in de sporthal, in het gemeenschapscentrum, de bib, de jeugdbeweging. Allemaal dicht bij elkaar, op één campus. Alleen al de architectuur brengt het concept ‘Brede School’ tot leven. De enthousiaste getuigenissen van de eerste gebruikers zijn hartverwarmend. Op Comenius staat ontmoeten centraal.

En in dit jaarverslag staan nog meer mooie voorbeelden van innovaties in het onderwijs die mensen dichter bij elkaar brengen. Zoals de nieuwe tienerschool waarin lagere en secundaire school elkaar ontmoeten. Of onze investeringen in avontuurlijke en creatieve speelplaatsen. En in 2018 creëerden we opnieuw 3.200 extra plaatsen voor kinderen in Brusselse scholen. En extra plaatsen in de kinderopvang.

Ontmoet bruisend Brussel

Ook in Ukkel, Anderlecht en Neder-Over-Heembeek brengen we gemeenschapscentra in één multifunctioneel gebouw samen met andere ontmoetingsplaatsen: een bib, een lokaal dienstencentrum, vergaderruimte voor verenigingen. Brussel bruist van de plekken om elkaar te ontmoeten. Het kan bij de sportclub, in de jeugdorganisatie, in de wijk. Het kan in het volwassenenonderwijs, in een yogasessie of een stiltewandeling, in de bib. En in al die projecten die in Brussel verbeelding, ontmoeting en uitwisseling stimuleren.

Feestjaar

Ook verjaardagsfeestjes zijn leuke ontmoetingen. In 2018 vierde de VGC enkele opmerkelijke verjaardagen. De tiende verjaardag van Onderwijscentrum Brussel bijvoorbeeld. Een van de belangrijkste organisaties om Brusselaars te stimuleren tot ontmoetingen. Tien jaar inspiratie voor omgaan met diversiteit, meertaligheid en ouderbetrokkenheid. En de vijftiende verjaardag van het Huis van het Nederlands was een mooie aanleiding om stil te staan bij hoe de taalsituatie in Brussel grondig veranderde. En bij mooie projecten die duidelijk maken hoe de VGC met haar taalbeleid de communicatie in Brussel bevordert. Met conversatietafels bijvoorbeeld: ook taal gaat over ontmoeten. In 2019 komt daar de dertigste verjaardag van de VGC zelf bovenop. Opnieuw een feestjaar. Opnieuw een gelegenheid om elkaar te ontmoeten.

Ik hoop dat dit jaarverslag ook ú inspireert tot rijke ontmoetingen.

Eric Verrept
Leidend ambtenaar

U kunt de VGC-jaarverslagen ook online raadplegen op www.vgc.be/publicaties.

Wat doet de VGC voor u?

Zitten uw kinderen op een Nederlandstalige school of in een Nederlandstalige crèche? Sport u in een Nederlandstalige club? Gaat u wel eens naar een concert of volgt u een cursus in een gemeenschapscentrum? Zoekt u een Nederlandstalige dokter? Dan bent u al in contact gekomen met de VGC.

De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) is de Nederlandstalige overheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De VGC ondersteunt Nederlandstalige diensten en organisaties in Brussel. Het aanbod staat open voor alle Brusselaars, voor mensen die werken in Brussel, voor studenten en voor bezoekers. Niet alleen voor Nederlandstaligen, maar voor iedereen die interesse heeft in het Nederlandstalige aanbod.

De VGC wil de kwaliteit van het leven in de stad verbeteren. Zo ondersteunt ze onder andere:

  • scholen, brede scholen en speelpleinen
  • gemeenschapscentra, jeugd- en sportverenigingen, socioculturele verenigingen
  • bibliotheken en andere culturele initiatieven
  • initiatieven voor welzijn, gezondheid, kinderen, jeugd, ouderen.

Ziet u het N-logo? Dan is dit een Nederlandstalige organisatie. U vindt het aan de gevels van scholen, crèches, bibliotheken, sportzalen en gemeenschapscentra.

Meer info?

Graag meer uitleg over de werking van de VGC? Over de historiek en de beleidsdomeinen? Of wilt u beleidsdocumenten raadplegen? Surf naar www.vgc.be/over-de-vgc.

Contacteer ons

Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC)
Emile Jacqmainlaan 135, 1000 Brussel
Tel.: +32 (0)2 563 03 00
E-mail: info@vgc.be
Web: www.vgc.be

Brussel inspireert

Comenius, waar ontmoeting centraal staat

Op donderdag 27 september opende de gloednieuwe schoolcampus Comenius officieel zijn deuren. Met deze campus aan de Felix Vande Sandestraat in Koekelberg wordt tegemoetgekomen aan de groeiende vraag naar Nederlandstalige kinderopvang en Nederlandstalig onderwijs in Brussel.

Publiek-private samenwerking

Voor de ontwikkeling van de site sloten de VGC en Kairos nv een overeenkomst voor een publiek-private samenwerking. De VGC neemt het publieke gedeelte voor haar rekening: basis- en secundaire school, kinderdagverblijf, sportzaal, jeugdlokaal, bibliotheek en gemeenschapscentrum. Alles samen goed voor 60%. De overige 40% zijn appartementen, voor rekening van Kairos dat het hele bouwproject ook uitvoert.

Comenius versterkt positieve dynamiek in de buurt

Het resultaat van de samenwerking tussen de VGC en Kairos is een hypermoderne campus waar ontmoeting centraal staat. Eind 2019 wordt het hele project opgeleverd met 21.528 m² leer- en recreatieruimte voor school en buurt, voor studie en vrije tijd.

Amper één jaar en vier maanden na de eerstesteenlegging, konden genodigden en bezoekers kennismaken met de lokalen van de secundaire school, de openbare bibliotheek van Koekelberg, het gemeenschapscentrum De Platoo en Chiro Koekelberg. Ook de splinternieuwe sportzaal is klaar voor leerlingen, sportclubs en andere gebruikers.

De basisschool en het kinderdagverblijf worden eind 2019 opgeleverd. Tot die tijd nemen de leerlingen van de basisschool hun intrek in het gebouw van de secundaire school. In het kinderdagverblijf kunnen 40 kinderen terecht, in de basisschool 240 en in de secundaire school 800. Jonge Brusselaars kunnen er van kinderopvang tot secundaire school op dezelfde campus blijven.

Een school die meegroeit met de kinderen Ook voor het architectenbureau B2Ai was het een verrijkende ervaring om een brede school vorm te geven met een nieuwe pedagogiek. Het ontwerpteam vatte het bouwproject op als een school die meegroeit met de kinderen: in het westen starten de allerkleinsten in het nieuwe kinderdagverblijf, het kleinste gebouw op de site. Als ze 3 jaar worden, gaan ze aan de andere kant van de speelplaats naar de kleuter- en lagere school. En als de kinderen 12 zijn, kunnen ze de Dapperenstraat oversteken naar de secundaire school.

De tussenruimtes en de buitenruimtes waar de kinderen spelen, zijn maximaal ingevuld met groen en voorzieningen voor sport en spel. Het ontwerpteam koos bewust voor duurzame materialen die mooi verouderen.

Comenius, waar ontmoeting centraal staat 1 © Dieter Hoeven
Comenius, waar ontmoeting centraal staat 2 © Dieter Hoeven
Comenius, waar ontmoeting centraal staat 3 © Dieter Hoeven
Comenius, waar ontmoeting centraal staat 4 © Dieter Hoeven
Comenius, waar ontmoeting centraal staat 1 © Dieter Hoeven
Campus Comenius Koekelberg © B2Ai – Klaas Verdru
“ Zelfsturend leren start hier al in de kleuterschool waar de kinderen de kans krijgen zelfstandig te werken aan hun plannen op kleutermaat. ”
Comenius, waar ontmoeting centraal staat

Comenius is een school waar kinderen het leren zelf in handen nemen

Een warme school die ‘meegroeit’ met de kinderen, daar hoort een warme schooldirectie bij. Freya Drachman is directeur van basisschool Comenius, Barbara De Groot van het atheneum waarin vernieuwend en zelfsturend onderwijs centraal staat.

Zelfsturend leren

Wat maakt Comenius anders dan andere scholen?
Freya Drachman: Als basisschool bouwen we op naar de werking van het secundair door ook al aandacht te geven aan zelfsturend leren door kinderen hun eigen leren in handen te laten nemen. Dat start al in de kleuterschool waar de kinderen de kans krijgen om te werken aan hun plannen, met contractwerk op kleutermaat. Naast zelfstandig werken is er ook aandacht voor het welbevinden en het ontplooien van de communicatieve en sociale vaardigheden in kringgesprekken.
Barbara De Groot: Bij Comenius streven we ernaar dat leerlingen zich aan het eind van hun secundaire school bewust zijn van hun persoonlijkheid, van wat hun talenten en hun werkpunten zijn, dat ze inzicht hebben in hun leerproces en dus niet louter absorberen en reproduceren, dat ze hun werk kunnen plannen en dat ze goed kunnen samenwerken. Kortom: dat ze weten waar ze voor staan, dat ze de vaardigheden leerden die ze nodig hebben en dat ze een bewuste keuze kunnen maken in het hoger onderwijs en later in hun beroepsleven. Zelfsturend leren speelt daar een heel belangrijke rol in. We werken leerlinggericht. Zo hebben de leerlingen elke morgen kring en planning in een kleine coachgroep. Dat zien we als een onthaalmoment, een sociaal moment voor de leerlingen, met aandacht voor hun weekplanning, voor de actualiteit, voor wat ze graag delen. Woensdag doen we een gezamenlijke kring en planning met energizers en complimentjes om een positieve groepsdynamiek te ontwikkelen. Alle leerlingen krijgen een persoonlijke mentor die hen individueel begeleidt in mentorgesprekken: samen bekijken ze wat ze nodig hebben om met succes te leren. De leerlingen krijgen ook inspraak via de leerlingenraad en door direct contact met mij. Als er incidenten zijn, gaan we altijd in gesprek en luisteren we actief en met veel respect. We zoeken ook altijd constructieve oplossingen voor de leerlingen die het moeilijker hebben, zowel met hun gedrag als met hun leerresultaten. Met die aanpak willen we van Comenius een warme school maken.

Innoveren

Wat betekent innoverend onderwijs bij Comenius?
Freya: In de basisschool evolueren we van klassiek frontaal lesgeven naar andere werkvormen en projecten. De overgang van het zesde leerjaar naar het eerste middelbaar willen we versoepelen door onze werking op elkaar af te stemmen. Barbara: Voor de secundaire school is vooral innoverend dat onze leerlingen niet leren in klassieke klassen, maar wel in grote leerruimtes met verschillende leerkrachten. We zetten sterk in op zelfsturend leren. Dat wil zeggen dat de leerlingen op maandag op hun laptop via de digitale leeromgeving Canvas de leerdoelen en bijbehorende modules krijgen die ze die week voor de verschillende domeinen en vakken moeten afwerken. In het begin van zo’n domein krijgen ze een korte klassikale instructie waarna ze zich voor de module kunnen inschalen. Ze maken dan een instaptoets. Als daar uitkomt dat ze ‘wandelaar’ zijn, hebben ze nog extra instructie nodig, los van de uitleg die ze al kregen. Als ze ‘jogger’ zijn, kunnen ze al meteen zelfstandig aan de slag, en altijd nog vragen stellen in de leerruimte. Als ze ‘hardloper’ zijn, kunnen ze het domein helemaal zelfstandig afwerken. Een leerling kan dus perfect wandelaar zijn voor Frans en hardloper voor wiskunde of voor een module van een vak. En afhankelijk van de leerinhouden kan het zelfs van week tot week verschillen. Zo kunnen we beter inspelen op de individuele behoeften van de leerlingen.

www.comeniusbrussel.be
www.b2ai.com/nl/projecten/detail/campus-comenius-in-koekelberg
www.bruzz.be/onderwijs/nieuwe-comeniusschool-doet-het-anders-2018-09-05
www.vgc.be/campus-comenius-koekelberg-feestelijk-geopend

Comenius is een school waar kinderen het leren zelf in handen nemen © B2Ai – Klaas Verdru
Comenius is een school waar kinderen het leren zelf in handen nemen 2 © B2Ai – Klaas Verdru
Comenius is een school waar kinderen het leren zelf in handen nemen 3 © B2Ai – Klaas Verdru
Comenius is een school waar kinderen het leren zelf in handen nemen 4 © B2Ai – Klaas Verdru
Comenius is een school waar kinderen het leren zelf in handen nemen 10 © B2Ai – Klaas Verdru
Comenius, waar ontmoeting centraal staat

Een knooppunt voor cultuur, sport en jeugd

Comenius is meer dan alleen maar een school. In het vrijetijdspunt werd er ruimte gecreëerd voor vele verschillende werkingen, die elkaar ontmoeten en versterken. Want het geheel moet meer zijn dan de som van de delen.

Samenwerken

In het vrijetijdspunt wordt Comenius de ideale plek voor samenwerking, kruisbestuiving en onderlinge versterking. Er komt een gemeenschappelijk onthaal met medewerkers die op de hoogte zijn van het hele aanbod en van alle activiteiten. Door in hetzelfde gebouw te werken, wordt het eenvoudiger om het aanbod van de verschillende partners perfect op elkaar af te stemmen. Zo kan de bib haar openingstijden afstemmen op het naschoolse aanbod voor jongeren. En vanuit de school kunnen leerlingen doorstromen naar het naschoolse aanbod of kunnen ze terecht in de rest van de infrastructuur voor allerlei activiteiten. Door samen te werken, gaan alle partners het vrijetijdspunt optimaal benutten en maximaal toegankelijk maken.

Er is op de Comeniussite een ruim, veelzijdig aanbod: een school, mogelijkheden om te sporten, een jeugdbeweging, een moderne bibliotheek, vormings- en culturele activiteiten. Jongeren, hun ouders en andere doelgroepen kunnen er terecht voor een laagdrempelig aanbod op maat.

Ruimer denken

Vassilios Tziambazis is sportzaalbeheerder in het vrijetijdspunt: ‘Comenius is blits gestart, ook doordat er al vanaf 1 september 2018 wedstrijden waren. Een immens voordeel is dat mensen op één locatie terechtkunnen voor een bibliotheek, een polyvalente zaal en een sportzaal. Na de les springen scholieren gewoon even binnen om een boek te lenen. Tegelijk vragen ze welke activiteiten er zijn op de campus of in het Brusselse. Het doet ons ruimer denken.’

Positieve reacties van gebruikers

Said Ait Ichou van de VGC-sportdienst: ‘Comenius biedt veel mogelijkheden om samen te werken aan vrijetijdsbeleving door de unieke mix van organisaties met dezelfde doelgroep. Je kunt hier bijvoorbeeld werken aan multi- of combinatiestages met GC De Platoo, de Chiro of de bib van Koekelberg. Ik krijg veel positieve reacties van gebruikers, sporters en ouders die Comenius zien als een open huis voor sport en spel.’

Elkaar aanvullen

Nathalie Cools van Bib Boekelberg: ‘Er is een goede en positieve sfeer bij de verschillende diensten. Het geheel moet nog groeien, maar er is zeker al een vertrouwensband tussen partners die elkaar vroeger alleen maar kenden “van horen zeggen”. De bib is nog volop aan het heropstarten na de “shock” van verhuizen, de collectie omschakelen naar RFID, weer publiek moeten aantrekken, de klasuitleen weer opstarten. Als we allemaal weer op volle toeren draaien, zullen we voelen waar we elkaar kunnen aanvullen.’

Ook GC De Platoo krijgt nieuw elan

Ook voor de werking van gemeenschapscentrum De Platoo biedt de Comeniussite meerwaarde. De polyvalente ruimte is een pareltje en leent zich perfect voor dans- en theatergroepen. De technische uitrusting is heel professioneel, zowel voor muziek, licht als beeld.

Ideale uitvalsbasis voor activiteiten met de ketten

Ilke Weyers, volwassen begeleidster van Chiro Koekelberg, is enthousiast: ‘De site is een ideale uitvalsbasis voor activiteiten met de ketten. De verschillende lokalen zijn zeer open en er is veel lichtinval, wat een groot gevoel van ruimte met zich meebrengt. Onze leden voelden zich snel thuis in hun nieuwe stek.’

Een knooppunt voor cultuur, sport en jeugd 4 © B2Ai – Klaas Verdru
Een knooppunt voor cultuur, sport en jeugd 1 © Marie Jeanne Smets - Schulz Benelux
Een knooppunt voor cultuur, sport en jeugd 2 © Marie Jeanne Smets - Schulz Benelux
Een knooppunt voor cultuur, sport en jeugd 3 © B2Ai – Klaas Verdru
EERDER VERWORVEN COMPETENTIES

Focus verschuift van diploma naar ervaring

Voor functies bij de VGC gelden er diplomavereisten. De laatste tijd werft de VGC ook mensen aan op basis van hun eerder verworven competenties.

De VGC werft aan. Wordt jij onze nieuwe collega? © VGC

Daarmee speelt de VGC in op de behoeften en ontwikkelingen op de Brusselse arbeidsmarkt. Ervaren werkzoekenden krijgen de kans om een functie te vinden die aansluit bij hun competenties. Het basisprincipe is: de juiste persoon met de juiste competentie op de juiste plaats. En dus: ongeacht je diploma kun je bij de VGC meedoen aan examens voor een functie, op basis van de kennis, vaardigheden én attitudes die je verworven hebt op school, op je werk, in je vrije tijd.

EVC-proeven

‘Eerder verworven competenties’ heet dat, en daar hebben we bij de VGC EVC-proeven voor. Zo kun je toch tewerkgesteld worden op een niveau – en met een salaris – ongeacht je diploma. De EVC-proeven meten je abstract, verbaal en wiskundig redeneervermogen en dus je potentieel om te groeien. En je kiest zelf het niveau waarvoor je een EVC-attest wilt behalen. In het voorjaar van 2018 (en 2019) en bij aanwervingsexamens organiseren we EVC-proeven. Als je daarvoor slaagt, kun je vijf jaar meedoen aan de examens voor de vacatures van het niveau waarvoor je een EVC-attest behaalde. In 2018 schreven 79 kandidaten zich in voor de EVC-proeven.

www.vgc.be/vacatures

Porta 1070 is eerste tienerschool van Brussel

Op 1 september 2018 startte de eerste tienerschool in Brussel. Een initiatief van het schoolbestuur van Sint-Goedele met steun van de VGC.

Leerkrachten onderwijzen kinderen zittend in een kring © VGC

Klassieke schoolstructuur doorbroken

Klassiek bestaat ons onderwijs uit drie jaar kleuterschool, zes jaar lagere school en zes jaar secundaire school. De tienerschool doorbreekt die structuur. Leerlingen volgen vier jaar lager onderwijs, vier jaar tienerschool en vier jaar secundair onderwijs. Zo werkt de tienerschool de breuklijn weg tussen lager en secundair. De tienerschool sluit nauw aan bij de natuurlijke ontwikkeling van kinderen en jongeren en bereidt hen voor op een onderbouwde studiekeuze als ze doorstromen naar de tweede graad secundair onderwijs.

Vlottere aanpassing

Voor veel jongeren is de overgang van lagere naar secundaire school een serieuze uitdaging. De sociale herkomst en de migratieachtergrond van een leerling bepalen mee de studie- en schoolkeuze. Bovendien lopen leerlingen tussen het zesde leerjaar van de lagere school en het eerste jaar secundair de meeste schoolachterstand op. Kiezen is moeilijk, en je moeten aanpassen aan de ‘grote’ school maakt het nog moeilijker.

In de tienerschool blijft hetzelfde team de leerlingen vier jaar begeleiden. Het schoolteam kan kinderen effectiever opvolgen en die continuïteit is ook prettiger voor de kinderen zelf. De tienerschool kan leerlingen beter voorbereiden om hun talenten te ontwikkelen en om weloverwogen keuzes te maken.

School in een kerkgebouw

Porta 1070 is niet alleen inhoudelijk uniek. Ook de locatie is speciaal: de school zit in de vroegere parochiekerk Sint-Vincentius A Paulo. Het architectenbureau vertaalde het nieuwe concept naar een brede en open infrastructuur, een poort naar de wereld. Een plaats die uitnodigt om samen te werken en samen te leren.

De werken aan de kerk startten op 12 februari 2018. Ondanks die erg korte termijn, gingen op 1 september 2018 de deuren van de eerste tienerschool al open. Ondertussen werkt de aannemer verder om tegen 1 september 2019 helemaal klaar te zijn. Dan is er op de nieuwe school plaats voor 572 leerlingen: 320 voor de tienerschool en 252 voor de laatste vier jaar van de secundaire school.

3D render van de locatie door OS-KAR © OS-KAR Ook de locatie van de tienerschool is uniek.

www.tienerschool.brussels

OP ZOEK NAAR EEN HUIS

Wonen in Brussel start met nieuwe woontours over cohousing en wonen in het groen

In mei en oktober 2018 organiseerde Wonen in Brussel nieuwe thematische woontours: drie nieuwe fietstours over cohousing en één over wonen in het groen. De nieuwe tours zijn het resultaat van focusgroepen met jongeren. Woontours zijn gegidste rondleidingen met de bus of de fiets door de wijken van Brussel, voor wie een huis zoekt.

Wonen in Brussel

Focusgroepen met jongeren

In het voorjaar van 2018 organiseerde Wonen in Brussel focusgroepen met laatstejaars en pas afgestudeerden. Opzet? Polsen naar de behoeften van jongeren en vragen hoe zij wonen in Brussel in hun eigen toekomst zien. Er kwamen heel wat nuttige suggesties, onder meer over thema’s voor nieuwe woontours.

Cohousing in de lift

De alternatieve woonvorm cohousing wint de laatste jaren aan populariteit. Wonen in Brussel ontwikkelde een fietstour met bezoek aan gerealiseerde én nieuwe cohousingprojecten. Zo gingen we langs in CotéKaNaL in Brussel-centrum, Urbani/L’îlot Picard in Molenbeek, Îlot/De Spiegel in Jette en L'Echappée in Laken.

Brussel groener dan je denkt

Soms denken mensen dat Brussel vooral opgetrokken is uit baksteen en asfalt. Toch zijn er in het Brussels Gewest heel wat groene gebieden. En niet alleen het bekende Zoniënwoud. Op de nieuwe fietstour ‘wonen in het groen’ loodsen we de deelnemers langs verborgen tuinen en parken in Brussel. Het traject loopt van metro Herrmann-Debroux aan de rand van de stad via Oudergem, Watermaal-Bosvoorde en Elsene tot het Zuidstation in Sint-Gillis.

Nog meer nieuwe thematours in 2019

In 2019 gaan we verder op dit elan en lanceren we nog meer nieuwe thematours. Een fietstour ‘huren voor starters’, voor wie voor de eerste keer wil huren in Brussel. En een fietstour met nuttige informatie voor jonge gezinnen die in de stad willen wonen. Er komt ook een wijkwandeling door een buurt in volle ontwikkeling.

Huren voor starters

Uit de focusgroepen bleek dat er behoefte is aan meer en duidelijke informatie voor wie nog nooit gehuurd heeft. Daarom lanceerde Wonen in Brussel in december 2018 een nieuwe rubriek ‘huren voor starters’ op woneninbrussel.be. En in 2019 komt daar dus ook een nieuwe woontour over.

Wonen in Brussel werkt samen met gidsenvereniging Brukselbinnenstebuiten, Samenhuizen vzw en Brik, de servicedesk voor studenten in Brussel.

www.woneninbrussel.be
www.facebook.com/woontours
www.instagram.com/wonen.in.brussel

Wonen in Brussel © Wonen in Brussel
“ In Brussel kan je elke avond van de week uitgaan, of een nieuw café ontdekken. Met een lekker biertje erbij geniet ik vanavond met mijn huisgenotes van een live concertje in café Merlo. Santé! #woneninbrussel #concert #cosyevenings #belgiumbeers #cohousing ” Ellen op Instagram

Project ‘Hou me los’ begeleidt jongeren naar zorg voor volwassenen

In de cruciale overgangsleeftijd naar volwassenheid vallen jongeren met een beperking vaak tussen wal en schip. Ze komen terecht in een soort niemandsland: geen diploma, geen werk, geen inkomen, geen huis. Sommigen vinden geen aansluiting bij de volwassenenhulp of vinden de weg niet naar zorgvormen die ze niet kennen. Vaak is er op dat moment een breuk.

Met het project ‘Hou me los’ wil vzw Begeleid Wonen Brussel die breuk voorkomen en werken aan een vlotte, naadloze overgang naar volwassenenzorg met ondersteuning op verschillende levensdomeinen, gedragen door een ondersteunend netwerk.

Sinds de start in september 2018 werkt het project aan samenwerkingsverbanden en kennisdeling met verschillende organisaties uit de zorg voor minderjarigen en volwassenen. Doel is om te werken aan nieuwe methodieken en samenwerkingsverbanden.

Daarnaast selecteerde vzw Begeleid Wonen Brussel jongeren om een individueel traject mee te starten. Voordat de jongere uitstroomt uit een voorziening, gaat een begeleider van Begeleid Wonen Brussel samen met de jongere op zoek naar wie of wat hem kan ondersteunen om werk of een huis te vinden of om een netwerk uit te bouwen.

www.bwbrussel.be

Vormingsaanbod Opgroeien in Brussel krijgt digitaal jasje

Opgroeien in Brussel garandeert de pedagogische kwaliteit van Nederlandstalige kinderdagverblijven, initiatieven voor buitenschoolse opvang en consultatiebureaus. Daarvoor zetten de pedagogisch ondersteuners van de entiteit Gezin en partnerorganisaties zich elke dag samen in. Door de dienst te digitaliseren, gaat inschrijven sneller en efficiënter en is alle informatie nu gebundeld op één plaats.

MeMosnaQs

Samen met de universiteiten van Gent en Leuven onderzocht Kind en Gezin de pedagogische kwaliteit van de kinderopvang. Op basis van dat MeMoQ-onderzoek (meten en monitoren van de pedagogische kwaliteit) ontwikkelde Kind en Gezin instrumenten om de pedagogische kwaliteit in de kinderdagverblijven te verbeteren. De pedagogisch ondersteuners van de entiteit Gezin vertaalden de instrumenten naar 150 kant-en-klare opdracht- en reflectiekaartjes: MeMosnaQs.

WGG Opgroeien in Brussel MeMosnaQs logo © VGC De pedagogisch ondersteuners vertaalden de instrumenten van Kind en Gezin naar 150 kant-en-klare opdracht- en reflectiekaartjes.

Medewerkers van kinderdagverblijven kunnen de hapklare opdrachten uitvoeren in een overleg met collega’s of samen met de kinderen of ouders. Alles is eenvoudig uitgelegd en de opdrachten vragen weinig tijd. Zo kunnen kinderdagverblijven er zelfstandig mee werken.

Hop Up

Vanuit Opgroeien in Brussel pionierde de VGC ook met het innovatieve spelmateriaal Hop Up. 'Speelarchitecte’ Eva Maréchal ontwikkelde deze pop-upspeelruimte in samenwerking met de Universiteit Antwerpen. Het spelmateriaal is ideaal voor Brusselse IBO’s (initiatieven voor buitenschoolse opvang). Kinderen van 3 tot 12 jaar halen met Hop Up de architect in zichzelf naar boven. Ze bouwen de veelzijdigste constructies en eigen hoekjes om zich in te nestelen. Hop Up inspireert om anders naar kinderspel te kijken en om kinderen meer ruimte te geven voor hun natuurlijke nieuwsgierigheid en creativiteit.

Babysitters

Het team van Opgroeien in Brussel blijft het vormingsaanbod voortdurend onder de loep nemen, om het aan te passen aan de noden en vragen. Sinds dit jaar horen babysitters ook tot de doelgroep. Ook zij ondersteunen gezinnen. Speciaal voor babysitters organiseerde de entiteit Gezin in Huis van het Kind Nieuwland cursussen over inclusie en EHBO. De Brusselse babysitters leerden kinderen verzorgen en reanimeren. Ze leerden wat de belangrijkste risicoplekken zijn voor kleinere en grotere ongevallen in huis en hoe ze noodsignalen snel en correct kunnen interpreteren.

U kunt het hele vormingsaanbod raadplegen op vorming-opgroeieninbrussel.vgc.be en gericht vormingen zoeken op thema, soort gezinsinitiatief en functie.

www.vgc.be/ondersteuning/opgroeien-brussel

Baobab brengt meer Brusselaars voor de klas

Nederlandstalige scholen in Brussel hebben het niet altijd gemakkelijk om vacatures in te vullen. De meeste leerkrachten komen van buiten Brussel, waardoor ze soms moeilijk aansluiting vinden bij de superdiverse leefwereld van Brusselse kinderen en ouders. Aan de andere kant vinden te weinig Brusselaars de weg naar het lerarenberoep.

Baobab brengt meer Brusselaars voor de klas © VGC

Daar wil het project Baobab iets aan doen: Brusselaars die nog geen hoger diploma hebben, maar wel competent en gemotiveerd zijn om met kinderen te werken, krijgen dankzij Baobab de kans om een lerarenopleiding te volgen en tegelijk als kleuterbegeleider te werken in een Nederlandstalige gastschool in Brussel. Ze werken daar in duo met een ervaren leerkracht van de school en krijgen intensieve begeleiding.

Opzet is meer Brusselaars voor de klas te krijgen in het Nederlandstalig kleuteronderwijs in Brussel en meer diversiteit in het Brusselse lerarenkorps te brengen. Brusselse rolmodellen integreren in het onderwijs moet de kwaliteit van het onderwijs op maat van Brusselse kinderen bevorderen.

Voor Baobab werkt EVA vzw samen met Onderwijscentrum Brussel, de lerarenopleidingen van Odisee en Erasmushogeschool, het Huis van het Nederlands en de Nederlandstalige basisscholen in Brussel.

www.debaobab.be

Logo Brussel laat Brusselaars tot rust komen in de stad

Tot rust komen in het vaak hectische Brussel, het kan. Dat bewees het Lokaal Gezondheidsoverleg Brussel (Logo Brussel). Met yogasessies in open lucht, een stiltewandeling en een soepkar die kommetjes soep uitdeelde om even stil te staan en tot rust te komen.

In de zomer waren er op verschillende plaatsen in open lucht gratis yogasessies: op het Muntplein, bij Thurn & Taxis en op de Hooikaai. Oud en jong, Brusselaars en pendelaars, zelfs een groepje van dertig kleuters deed mee.

In het wisselweekend van zomer- naar winteruur is de internationale Dag van de Stilte. Het extra uurtje gebruikten we om de dag even stil te zetten. Logo Brussel organiseerde voor verschillende groepen wandelingen door Brussel, langs rustige plekken.

www.logobrussel.be

Logo Brussel © VGC
Logo Brussel © VGC
“ Jezelf op tijd de nodige rust gunnen, is belangrijk om je veerkracht en je mentaal welbevinden te versterken. ”
Brussel verbindt

VGC werkt mee aan Duurzame Wijkcontracten

Samen met veel andere Brusselse partners bouwt de VGC mee aan een aangename stad om in op te groeien, te wonen, te leven. Daarom werkt de VGC mee aan stedelijke herwaarderingsprogramma’s van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Een van de bekendste stadsontwikkelingsinitiatieven in Brussel zijn de ‘Duurzame Wijkcontracten’. Elk jaar lanceert de Brusselse regering een nieuwe reeks van die Duurzame Wijkcontracten, telkens in een andere wijk.

Actieplan

Zo’n Duurzaam Wijkcontract is een actieplan of investeringsprogramma van vijf jaar. Het gaat om een contract tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de gemeente en de inwoners van een kwetsbare wijk. Samen werken de partners een toekomstvisie uit voor de buurt. Ze ontwikkelen een programma van investeringen in samenlevingsprojecten en infrastructuurwerken om het leven van de wijkbewoners te verbeteren: woningen en buurtinfrastructuur bouwen of renoveren, openbare ruimte herwaarderen en sociale verbondenheid stimuleren. De VGC moedigt Nederlandstalige initiatieven aan om mee programma’s te ontwikkelen en ondersteunt hen bij hun projecten.

Wijkcontract Magritte in Jette

In 2018 startten de projecten van het Duurzaam Wijkcontract Magritte in de Jetse Essegemwijk. Groene ontmoetingsplaatsen en sociale buurtprojecten zijn de hefbomen om de wijk weer beter te verbinden met de andere wijken in Jette en om de band tussen de bewoners te versterken.

Ook heel wat Nederlandstalige organisaties zetten hun schouders onder het Duurzaam Wijkcontract, met steun van de VGC. Gemeenschapscentrum Essegem stelt zijn ruimtes open voor meer sportactiviteiten en voor een fietsherstelatelier met vrijwilligers van Cyclo. Dat repaircafé krijgt later een andere eigen plek in de wijk. Het gemeenschapscentrum organiseert sport en spel waarin kinderen Nederlands kunnen leren en oefenen. Een nieuwe buurtwerker gaat naar verschillende delen van de wijk met de kookmobiel om met de buurtbewoners nieuwe projecten uit te broeden, terwijl ze samen lekker eten maken. En met fietslessen en fietsworkshops wil gemeenschapscentrum Essegem jong en oud op de fiets krijgen. Aan het gemeenschapscentrum is taverne Ter Linden verbonden. Daarin werkt Eat vzw samen met lokale voedselproducenten. Op verschillende plekken in de wijk organiseert Eat workshops over duurzame voeding. Buurtbewoners krijgen de kans om op zaterdag voor elkaar te koken in de taverne en om elkaar beter te leren kennen.

Leerlingen van de Vandenborneschool bouwen samen met ouders en buurtbewoners twee geefkasten voor kinderkleren en speelgoed. Passanten en buurtbewoners kunnen daar weggeven wat ze zelf niet meer nodig hebben. Wie het nodig heeft, kan de kleren of het speelgoed uit de kast halen. Buiten de schooluren zet de school de poort naar de speelplaats open voor de buurt: extra sport- en speelruimte in de dichtbevolkte wijk.

Het Kenniscentrum Welzijn Wonen Zorg creëert met Buurtpensioen een netwerk dat zorgvragen van ouderen en hulpbehoevenden koppelt aan een hulpaanbod. Mensen helpen elkaar vrijwillig en in ruil krijgen zij ook zelf hulp als ze die nodig hebben.

Op een braakliggend terrein bouwt Samenlevingsopbouw Brussel voor en met thuislozen acht tijdelijke kwaliteitswoningen en een collectieve ruimte. De thuislozen ontwerpen mee, krijgen van Atelier Groot Eiland een opleiding op maat en bouwen mee aan de modules. De polyvalente ruimte stellen ze open voor de buurt. De woningen blijven zo’n drie jaar staan (tot de definitieve ontwikkeling van het terrein). Dan gaan de constructies naar een andere site.

Buurthuis Bonnevie geeft de wijkbewoners advies over duurzaam renoveren en begeleidt hen bij hun renovatiedossier. Dat gebeurt met de rondtrekkende ‘Renomobiel’, door wekelijkse spreekuren in de wijk, huisbezoeken en groepsactiviteiten.

Wijkcontract ‘Rondom Westpark’ in Sint-Jans-Molenbeek

Buurtbewoners en buurtorganisaties schreven in 2018 samen met de gemeente Sint-Jans-Molenbeek het programma van het Duurzaam Wijkcontract ‘Rondom Westpark’. Ze willen de publieke ruimte op kleine schaal opwaarderen, zorgen voor opleiding en werk voor jongeren, culturele, sociale en sportvoorzieningen uitbouwen en meer diversiteit creëren in het woonaanbod. Dat moet de leefbaarheid verbeteren van de twee wijken aan elke kant van de spoorweg tussen de metrostations West en Ossegem en de wijken met elkaar verbinden. Heel wat Nederlandstalige partners en de VGC werken mee.

Jeugdhuis Centrum West is een werking met kansarme jongeren in hartje Molenbeek. Het jeugdcentrum krijgt een nieuw gebouw, met de steun van het wijkcontract, de Vlaamse Gemeenschap en de VGC. De gerenoveerde polyvalente loods creëert ruimte voor Molenbeekse jongeren om eigen projecten te ontwikkelen, muziek te maken, te dansen en te sporten, elkaar te ontmoeten. Het jeugdcentrum stelt het huis ook open voor de activiteiten van ouders, buurtverenigingen, bewoners en scholen.

Fietsers met gele hasjes steken over via het zebrapad © GC Essegem

Ook het Nederlandstalige kinderdagverblijf Arion verhuist naar een nieuw multifunctioneel en duurzaam gebouw, met plaats voor meer kinderen. Het project brengt ook een consultatiebureau van Kind en Gezin en een nieuw Huis van het Kind in Molenbeek onder hetzelfde dak. De VGC investeert mee in de nieuwe infrastructuur en de werkingen.

Een straat met zachte mobiliteit, een park met sportfaciliteiten, een buurtmoestuin, een kleiner parkje en een nieuwe doorsteek tussen de gebouwen verbinden het jeugdcentrum, het kinderdagverblijf en het Huis van het Kind en andere nieuwe voorzieningen zoals de Nederlandstalige gemeentelijke basisschool Windekind met elkaar.

Casablanco wil een industrieel pand duurzaam renoveren in een specifiek opleidingsaanbod met behoud van de erfgoedelementen. Er komen kantoren, werkplaatsen en magazijnen. Casablanco biedt er vorming en initiaties voor de bewoners, de jongeren, de werkzoekenden uit de wijk en gaat er duurzame werkgelegenheid creëren.Ook wijkorganisaties, burgerinitiatieven, ambachtslui en designers die werken rond circulaire economie, kunnen de atelierruimtes en materialen gebruiken.

De vzw Samen voor Morgen gaat met een leescaravan en mobiele oven rondtrekken en op verschillende plaatsen in de buurt activiteiten organiseren voor kinderen en ouders.

Met al die projecten geven de Duurzame Wijkcontracten, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de VGC een belangrijke impuls aan de uitbouw van het Nederlandstalige netwerk voor kwetsbare doelgroepen in de Brusselse wijken.

www.cqd-magritte-dw.be
www.molenbeek.irisnet.be/nl/ik-leef/stedelijke-ontwikkeling/duurzaam-wijkcontract-rond-westpark-2018-2022

Bruss-it stimuleert verbeelding, ontmoeting en uitwisseling

In mei 2018 kregen 19 nieuwe projecten voor ‘gemeenschapsvorming in de gedeelde ruimte’ een duwtje in de rug via de derde projectoproep Bruss-it. In totaal kregen al 55 vernieuwende stedelijke initiatieven VGC-subsidies.

Voor stadsmakers met goesting

De projectoproep werd gelanceerd in 2016 en sindsdien elk jaar herhaald. Met Bruss-it gaat de VGC op zoek naar sterke projecten die van onderuit groeien, de verbeelding stimuleren en aanzetten tot ontmoeting en uitwisseling in de publieke ruimte. Stadsmakers met goesting kunnen tot 15.000 euro subsidie krijgen.

Heel diverse projecten

Wijkcomités, burgercollectieven, scholen en andere organisaties realiseren mee dankzij Bruss-it hun project. Het gaat om kleine en grotere initiatieven, gespreid over het hele grondgebied van het Brussels Gewest.

Enkele voorbeelden van projecten van 2018.

1. Carrousel-BXL (Buren van Eliza)

In de zomer bliezen de Buren van Eliza, een groep buurtbewoners, de parkkiosk in het Elizabethpark nieuw leven in. Ze bevestigden schommels aan de kiosk en zetten er picknicktafels rond. Buurtbewoners en parkbezoekers maakten gebruik van de tijdelijke ontmoetingsplek en dachten er samen na over de toekomstige bestemming van de kiosk.

2. Wij komen naar jullie (LD³ LDC Miro)

Een caravan van lokaal dienstencentrum LD³ bezocht in de zomer vier verschillende wijken in Vorst. Hij bleef er elke keer een paar dagen staan. Het was een ontmoetingsplek waar oudere bewoners terechtkonden met vragen, gewoon langskwamen voor een koffie en andere buurtbewoners konden ontmoeten. Aan de oudere bewoners werd gevraagd hoe ze hun omgeving en de publieke ruimte ervaren.

3. Wadi (Triangel 1070)

Een groep bewoners uit de buurt rond de Luchtvaartsquare maakt van dat plein een ontmoetingsplek voor iedereen. Samen met bewoners en organisaties uit de buurt gaven ze vorm aan een tijdelijke installatie op het plein en installeerden ze bloembakken. Ze organiseren er ook regelmatig activiteiten zoals een yogasessie, workshops voor kinderen en een fietsparcours.

4. Playpod BXL (Cultureghem)

Samen met Onderwijscentrum Brussel en Scouts en Gidsen Brussel ontwikkelde Cultureghem de Playpod, een mobiele koffer met speelgoed en spelelementen van recuperatiemateriaal. Met de Playpod kan elke plek in Brussel omgevormd worden tot een speel- en ontmoetingsplek.

5. Pic-Nic Ping-Pong (Maria Boodschap + Imelda-Instituut)

De leerlingen van de scholen in de Moutstraat boksten mobiel en modulair straatmeubilair in elkaar, gemaakt van lokale en duurzame materialen. Scholen en organisaties in de straat huisvesten elk minstens één element en rollen dat naar buiten bij mooi weer. Zo wordt de Moutstraat – die autovrij is tijdens de schooluren – een echte ontmoetingsplaats.

www.vgc.be/bruss-it
www.facebook.com/stedelijkbeleid/

Meisje op de schommel © Sophie Nuytten Carrousel-BXL (Buren van Eliza - Koekelberg)
Caravan op het standsplein © Sophie Nuytten Wij komen naar jullie (LD³ LDC Miro - Vorst)
Wadi © Sophie Nuytten Wadi (Triangel 1070 - Anderlecht)
Playpod BXL © Sophie Nuytten Playpod BXL (Cultureghem - Anderlecht)
Pic-Nic Ping-Pong © Sophie Nuytten Pic-Nic Ping-Pong (Maria Boodschap + Imelda-Instituut - Brussel)

Voor een duurzaam en leefbaar Brussel

De VGC viel het voorbije jaar in de prijzen met het project ‘Gemeenschapsvorming rond productieve groenaanleg in de Zennevallei en de Kanaalzone’. Volgens de jury draagt dit stadsvernieuwingsproject bij aan meer groen en water in de stad.

Het projectvoorstel kwam er in samenwerking met de universitaire onderzoekers van het observatorium voor het stadscentrum en de centrale lanen en met de stadslandbouwers van Atelier Groot Eiland. Het project wil bijdragen aan duurzame stadsontwikkeling, aan de leefbaarheid van de stad en aan de klimaatdoelstellingen. Met de aanleg van ‘productief groen’ wil de VGC bovendien gezonde voeding promoten. De Vlaamse overheid kende voor dit vernieuwende project een subsidie toe van 250.000 euro.

Groen-blauw netwerk

Het stadsvernieuwingsproject speelt in op de plannen van de Stad Brussel voor een verkeersluw centrum rond de centraal gelegen voetgangerszone. Die aanzet wordt nu aangevuld met een groen-blauw netwerk in de westelijke Zennevallei en de Kanaalzone.

Samen met de Nederlandstalige scholen, dienstencentra, buurthuizen en cultuurpartners worden groene ruimten aangelegd in een aantal centrumwijken: Marollen, Stalingrad, Anneessens, Bloemenhofwijk.

Daarnaast zal Atelier Groot Eiland groene ingrepen doen aan Nederlandstalige gemeenschapsinfrastructuren. Daken, gevels, omheiningen en speelplaatsen worden op een slimme manier voorzien van groenten, fruit, kruiden, nestkasten en andere installaties die de biodiversiteit en de korte voedselketen in de stad bevorderen.

Studentenleven in de stad

VUB-studente wint eerste N-Brussel Master Thesis Award

Op 16 maart werd VUB-studente Charlotte Landsheere de eerste laureaat van de N-Brussel Master Thesis Award. Ze overtuigde de jury met haar onderzoek naar de invloed van superdiversiteit en van de aanslagen in maart 2016 op de sociale cohesie bij Brusselse jongeren. Aan de award hangt een geldprijs van 2.000 euro en begeleiding voor een eventuele publicatie met peerreview in het wetenschappelijk tijdschrift Brussels Studies.

www.onderwijsinbrussel.be/ondersteuning/n-brussel-thesis-awards

Portret Charlotte Landsheere © Charlotte Landsheere

VUB gebruikt stad als collegezaal

Stuur studenten de stad in om daar op verschillende plaatsen les te volgen. Dat is het idee achter het project ‘weKONEKT.brussels’. In 2018 bouwde de VUB dit project verder uit, met steun van de VGC.

Studenten verbinden met het werkveld. Daarvoor werkt de VUB samen met bedrijven, cultuurorganisaties, ziekenhuizen, gevangenissen, musea en overheidsinstellingen. De studenten krijgen in die organisaties les van mensen over werksituaties waar ze later zelf mee te maken krijgen. Naast de lessen zijn er extra activiteiten en lezingen. Zo startte de VUB haar academisch en cultureel jaar samen met de KVS. Mindblowers werd een boeiende avond met korte interventies van denkers en kunstenaars in het teken van verzet.

Met ‘weKONEKT.brussels’ bouwt de VUB bruggen tussen disciplines, sectoren, instellingen, gemeenschappen en culturen. Studenten, docenten en onderzoekers zetten hun expertise in om Brussel sterker te maken en te antwoorden op grootstedelijke uitdagingen. Zo worden de studenten ambassadeurs van de stad.

www.wekonekt.brussels

weKONEKT 3 © Jean Cosyn
weKONEKT 4 © Jean Cosyn
weKONEKT 6 © Jean Cosyn
Studerende jongeren in de Brik © Brik – Student in Brussel vzw

Brusselse bibliotheken gaan op Erasmus

Hoe breng je boeken en verhalen dichter bij maatschappelijk kwetsbare gezinnen? Hoe ga je het vaak moeilijke en delicate gesprek over het belang van lezen aan met ouders uit moeilijk bereikbare doelgroepen? Vragen waar de Brusselse bibliotheken al jaren antwoorden op zoeken. Heel wat leesbevorderingsprojecten focussen dan ook sterk op kansengroepen.

Leesbevordering als wapen in de strijd tegen sociale ongelijkheid. Projecten als Boekstart, Brussels Reads Aloud, de Boekenbende of de Leeslijn werken goed en bereiken een breed publiek. Maar het is voor de bibliotheekmedewerkers niet simpel om te werken voor gezinnen waar lezen, voorlezen en omgaan met boeken niet evident is.

Open the Door for Reading

In 2017 kwam de partneroproep ‘Open the Door for Reading’ dan ook als geroepen. De stad Göteborg nam het initiatief voor dit partnership. Samen met drie andere partnersteden – Bristol, Milaan en Turku – maakt Brussel tot eind 2019 actief deel uit van dit Erasmus+-project. De dienst Ondersteuning Bibliotheken in Brussel (OBiB) van de VGC begeleidt twintig Brusselse bibliotheken in dit Europese uitwisselingsproject. Daarvoor werkt OBiB intensief samen met Onderwijscentrum Brussel en met de entiteit Gezin. Ook het Centrum voor Basiseducatie Brusselleer is nauw bij het project betrokken.

Open the Door for Reading © VGC - fotograaf Stijn Callewaert De Brusselse bibliotheken op Erasmus: bezoek aan de openbare bibliotheek Turku (Finland)

In ‘Open the Door for Reading’ delen de vijf partners ervaringen en goede praktijken vanuit hun verschillende achtergronden: onderwijs, gezondheid, opvoeding en cultuur. En ze ontwikkelen innoverende instrumenten om maatschappelijk kwetsbare gezinnen te stimuleren om thuis meer te lezen. Twee jaar werken ze aan een booklet om de goede praktijken om te zetten in aanbevelingen voor mensen die beroepshalve werken met kwetsbare gezinnen.

De eerste drie meetings waren in Göteborg, Bristol en Turku. Telkens heel inspirerende ontmoetingen om nieuwe werkvormen te ontdekken, om vanuit andere perspectieven te kijken, om enthousiaste collega’s te ontmoeten die met dezelfde vragen zitten. Kortom: om met andere ogen naar je eigen werk te kijken.

In mei 2019 komen de vier partnersteden naar Brussel. OBiB is samen met de Brusselse partners volop het programma aan het klaarstomen. Het centrale thema van de Brusselse meeting wordt familiegeletterdheid. De laatste internationale meeting is in Milaan in de herfst van 2019. Dan wordt het booklet voorgesteld, samen met alle resultaten van het project.

www.goteborg.se/openthedoorforreading

Boekstart

En OBiB doet nog meer om boeken bij gezinnen thuis te brengen. ‘Boekstart’ bijvoorbeeld: een programma om ouders samen met hun baby of peuter te laten genieten van voorlezen. Dat is leuk, maar ook nuttig: kinderen die al vroeg kennismaken met boeken zijn taalvaardiger, lezen sneller, rekenen beter en gaan vaker naar de bib.

Boekstart zet ouders aan om hun kinderen al vanaf de geboorte in contact te brengen met liedjes en boekenplezier. Het project loopt al sinds 2006 in verschillende Vlaamse en Brusselse gemeenten en wordt met de steun van de Vlaamse overheid, de VGC en de gemeenten vanaf 2018 verder uitgerold in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Open the Door for Reading © Iedereen Leest

Via het Boekstart-programma krijgen ouders van een baby van zes maanden een babypakket met een knisperboek en een brochure met informatie over voorlezen en over de bibliotheek. Als de kinderen vijftien maanden zijn, krijgen ze een uitnodiging om in hun lokale bibliotheek een peutertas op te halen met twee boeken en een brochure vol informatie en tips. Die uitnodiging en het babypakket worden verdeeld via de consultatiebureaus van Kind en Gezin en de kinderdagverblijven. In veel gemeenten kan Boekstart ook rekenen op steun van het gemeenschapscentrum en van de Brede School. Het project wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid, de VGC en de gemeenten.

www.boekstart.be

Gemeenschapsvormende activiteiten

Elk jaar steunt de VGC gemeenschapsvormende activiteiten waarin Brusselaars elkaar vinden voor een goed gesprek of een onverwachte ontmoeting. Een overzicht van enkele hoogtepunten in 2018.

Week van de Smaak © Sophie Nuytten

In de Week van de Smaak 2018 stond gezond eten en bewegen in de kijker. Ook de lokale dienstencentra en hun bezoekers deden mee. Samen met jongeren of met hun eigen chef-kok maakten ze zelf een gezonde maaltijd of een tussendoortje. Een bewegingscoach deed bewegingsoefeningen met de geïnteresseerde senioren.

Met Plug into Brussels ondersteunt de VGC projecten die focussen op samenleven in diversiteit en die mensen verbinden:

MI Casting – cookingwithabu © cookingwithabu MI Casting – cookingwithabu

MI Casting – cookingwithabu. Ex-asielzoeker Abu kookt elke maand samen met een twintigtal vrijwilligers voor zo’n 150 daklozen.

D’Broej - Centrum West – Een beetje geluk in en buiten Brussel © D’Broej D’Broej - Centrum West – Een beetje geluk in en buiten Brussel

D’Broej - Centrum West – Een beetje geluk in en buiten Brussel. De jongeren van Centrum West verleggen hun grenzen in avontuur en artistieke ontmoeting.

BredeSchoolLaken – De Totemboom – wensen van mensen © BredeSchoolLaken BredeSchoolLaken – De Totemboom – wensen van mensen

BredeSchoolLaken – De Totemboom – wensen van mensen. Kinderen en jongeren gaan in dialoog met de buurt en fleuren de wijk op met een kleurrijk kunstwerk.

Femma – Jette – Samen sterk, samen verbinden © Femma Femma – Jette – Samen sterk, samen verbinden

Femma – Jette – Samen sterk, samen verbinden. De moskee en Sint-Pieterskerk in Jette organiseren op initiatief van Femma een gezamenlijke iftar, een maaltijd om de islamitische vasten te breken.

academieAnderlecht – Grenzeloze uitwisseling © academieAnderlecht academieAnderlecht – Grenzeloze uitwisseling

academieAnderlecht – Grenzeloze uitwisseling. Een evenementenweek waarin het vakmanschap van kunstenaars met een diverse achtergrond centraal staat.

IBO KIK AnderlechtKetjes uit Kuregem bezingen de liefde voor hun stad met hun zelfgemaakte lied ‘Brussel is van ons’.

Elk jaar in oktober organiseert Integratiecentrum Foyer de Week van de Dialoog. De VGC-administratie nodigde in 2018 hogeschoolstudenten en jonge nieuwkomers van bon – Agentschap Integratie en Inburgering (Masir Avenir) en D’BROEJ (Centrum West) uit voor een gesprek over hun jeugd- en toekomstdromen.

Brussel vernieuwt

Initiatieven voor buitenschoolse opvang leren kinderen programmeren

De kinderen van de IBO’s De Rivieren, De Buiteling Vorst, De Buiteling Kogelstraat, KIK Eloy en Nekkersdal volgden in het najaar op initiatief van de VGC een workshop over computational thinking. Op een speelse manier leerden ze hoe een computer problemen oplost en welke logica er schuilt achter programmeren.

De workshops van vzw Maks kaderen in een Europees project, want ook de Europese Unie erkent het belang van digitale geletterdheid.

Maks vzw © Maks vzw

www.maksvzw.org

Transparant en verhelderend voor iedereen

VGC-website krijgt AnySurfer-label

Om de informatie voor de burger en de organisaties in Brussel zo helder en zo volledig mogelijk over te brengen, maakte de Vlaamse Gemeenschapscommissie een analyse van haar website vgc.be en herwerkte ze de inhoud. Daardoor kreeg de VGC begin augustus het AnySurfer-label voor haar site.

AnySurfer is het kwaliteitslabel voor toegankelijke websites in Vlaanderen en Brussel. Het wil de digitale wereld toegankelijker en gebruiksvriendelijker maken voor iedereen. Leidend ambtenaar Eric Verrept: ‘Wij vinden het belangrijk dat alle bezoekers onze website gemakkelijk kunnen gebruiken, omdat iedereen gelijke kansen verdient. We zijn trots dat we het label behaald hebben.’

Toegankelijk voor iedereen

Toegankelijk betekent bruikbaar voor iedereen, ook voor mensen met een handicap.

Mensen met een handicap gebruiken heel graag het internet en de nieuwe technologieën. De inhoud moet beschikbaar zijn voor iedereen. Dat zorgt voor zelfstandigheid en minder afhankelijkheid.

Toegankelijkheidsrichtlijnen overlappen vaak met andere principes van webdesign en opmaak van documenten. Daarom zijn toegankelijke websites ook beter geschikt voor kleine beeldschermen van smartphones en tablets, zijn ze bruikbaar in elke webbrowser en scoren ze beter in de zoekresultaten van zoekmachines. Toegankelijke websites en documenten helpen dus echt alle bezoekers.

Anysurfer logo

www.anysurfer.be/nl

Uitrusting voor scholen en opleidingspartners

Ruim 360.000 euro voor moderne uitrusting in Nederlandstalig secundair onderwijs

Nieuwe uitrustingsmaterialen zijn niet goedkoop, maar wel belangrijk om jongeren zo goed mogelijk voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Een moderne uitrusting bevordert de kwaliteit van het onderwijs. De Vlaamse Gemeenschapscommissie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sloegen de handen in elkaar en gaven twintig Nederlandstalige technische en beroepsscholen financiële steun om modern technisch materiaal te kopen. Ook aso- en kunstscholen met een studierichting STEM (Science, Technology, Engineering en Mathematics) komen in aanmerking, net als de centra voor leren en werken.

In 2018 subsidieerde de VGC bijna 190.000 euro. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest deed daar ongeveer 180.000 euro bovenop.

www.vgc.be/ondersteuning/subsidies/onderwijs/subsidies-uitrusting-en-materialen

Studenten werken met nieuwe machines © VGC Een nieuw lastoestel, een educatieve smart robot en een papiersnijmachine: belangrijk dat technische en beroepsscholen kunnen werken met eigentijds materiaal.
Studenten werken met nieuwe machines © VGC
Studenten werken met nieuwe machines © VGC

Materialen voor opleidingspartners

20.000 euro subsidie aan FIX

FIX voert renovatiewerken uit in scholen in Brussel. De arbeiders van FIX zijn laaggeschoolde werkzoekenden die tot twee jaar lang praktijkervaring opdoen. Alle arbeiders krijgen tijdens het traject een cursus Nederlands op de werkvloer en worden begeleid door ervaren technische instructeurs. Na hun traject kunnen de arbeiders aan de slag in bedrijven op de reguliere arbeidsmarkt.

Om de goede werking van vzw FIX verder uit te bouwen, blijft een regelmatige investering in de aanschaf van nieuw en aangepast materieel een noodzaak.

20.000 euro subsidie aan Atelier Groot Eiland

Atelier Groot Eiland wil zoveel mogelijk Brusselaars met een grote afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen in hun zoektocht naar werk en op die manier armoede bestrijden. De vzw realiseert dit door de organisatie van werkervaring, opleiding, arbeidszorg en jobcoaching.

De vzw kocht met de subsidie van de VGC een koelwagen. Deze is onmisbaar om het ophalen van voedseloverschotten te organiseren, maar ook voor het leveren van groenten en fruit uit de eigen moestuin en bij cateringopdrachten.

Werkzaamheden in de toiletten © Lander Loeckx

Brusselse scholen halen 900 educatieve klasbakken in huis

Atelier Groot Eiland en FIX ontwikkelen en produceren ‘educatieve klasbakken’. Scholen kunnen die gebruiken als moestuinbak, kruidenbak, plantenbak of bloemenbak.

De bakken brengen leerlingen speels en actief in contact met ecologie en duurzaamheid. In de mini-moestuin zien ze met hun eigen ogen hoe alles groeit en bloeit en wat er nodig is om groenten, fruit en kruiden te kunnen oogsten. De klasbakken kunnen in de klas of buiten op de speelplaats.

214 van de 250 Nederlandstalige scholen in Brussel dienden een aanvraag in voor gratis klasbakken. De actie wordt omkaderd door Milieuzorg Op School die voor dit project een inspirerende methodiek ontwikkelde die de leerinhouden concreet en aanschouwelijk maakt en met eigen inbreng van de leerlingen zelf.

Klasbakken © Lene Van Langenhove

120.000 euro subsidie voor STARTPROjecten

STARTPROjecten neemt de coördinatie op zich van de acties op het vlak van informatica met INTEC BRUSSEL vzw en op het vlak van begeleiding van Brusselse jongeren, vroegtijdige schoolverlaters en werkzoekenden uit kansengroepen met de vzw InBrussel. Met opleiding, begeleiding en tewerkstelling in werkervaringsprojecten willen ze Brusselse jongeren, vroegtijdige schoolverlaters, langdurig werklozen, NEET-jongeren (Not in Education, Employment or Traning) en werkzoekenden uit kansengroepen sterker maken om een volwaardige job te vinden.

In het kader van deze algemene doelstellingen, worden er eveneens acties opgezet om de Nederlandstalige scholen in Brussel te ondersteunen op het vlak van IT. De vzw zal inzetten op de digitale vaardigheden en STEM-geletterdheid bij kinderen en jongeren in het basis- en secundair onderwijs, op opleiding, op acties ten behoeve van vroegtijdige schoolverlaters.

De subsidie stelt de vzw in de gelegenheid om de werking op te starten en om de aankoop van uitrusting voor de uitvoering van de opdrachten te realiseren.

De studiekeuzebeurs

studiekeuzebeurs 1 © Lander Loeckx
studiekeuzebeurs 2 © Lander Loeckx
studiekeuzebeurs 3 © Lander Loeckx
studiekeuzebeurs 4 © Lander Loeckx

Brusselse schoolverlaters verkennen hun opties op schoolverlatersdag

Op 26 april 2018 konden alle Brusselse laatstejaars terecht op de schoolverlatersdag. In het Constant Vanden Stockstadion kregen ze de kans om hun opties te verkennen na hun afstuderen. De schoolverlatersdag is een initiatief van Tracé Brussel, Actiris, VDAB en VGC. Ze bereikten 340 laatstejaars en leerkrachten van 12 verschillende Nederlandstalige scholen uit Brussel.

Is mijn cv wel top? Hoe overwin ik mijn angst voor het eerste sollicitatiegesprek? Hoe start ik als zelfstandige? Waar schrijf ik me in als schoolverlater? Op al die vragen kregen de laatstejaars antwoorden. Na een algemene informatiesessie door Actiris en VDAB, volgden de leerlingen workshops over studentenjobs, een eigen zaak starten, verder studeren en de overgang naar de arbeidsmarkt.

www.tracebrussel.be/nieuws/schoolverlatersdag

Brusselse schoolverlaters verkennen hun opties op schoolverlatersdag 1 © Tracé Brussel
Brusselse schoolverlaters verkennen hun opties op schoolverlatersdag 2 © Tracé Brussel

KANS en Abrusco gaan schooluitval tegen

De VGC ondersteunt initiatieven voor jongeren die op school dreigen af te haken. KANS en Abrusco moeten ervoor zorgen dat zoveel mogelijk jongeren in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel de eindmeet halen.

Centraal meldpunt Brussel

KANS zoekt samen met leerlingen, ouders, scholen en professionele hulpverleners naar de meest passende ondersteuning voor leerlingen om schooluitval te voorkomen. Het biedt informatie over de bestaande trajecten voor jongeren die dreigen uit te vallen en staat in voor de regie van deze trajecten. KANS is een netoverstijgende CLB-werking die het bestaande aanbod vlotter toegankelijk wil maken.

Scholen kunnen er voor hun leerlingen trajecten op maat aanvragen. Door die vragen te registreren, krijgt KANS ook zicht op de belangrijkste kenmerken van de doelgroep, op de gelopen trajecten en op de eventuele hiaten in het aanbod.

In 2018 investeerde de VGC 110.000 euro in de verdere uitbouw en werking van KANS, en in de ontwikkeling van een performant registratiesysteem. In het schooljaar 2017-2018 kreeg KANS 31 aanmeldingen uit basisscholen en 142 uit secundaire scholen.

Acht trajecten voor jongeren

Voor de uitbouw van de trajecten voor jongeren uit secundaire scholen werkt KANS samen met Abrusco. Die vzw biedt acht modules aan: individuele begeleiding, mentoring, leerplekleren, klasactie, themawerking, herstel, coaching op school en NAFT (‘naadloze flexibele trajecten’). Opzet is altijd: de jongeren weer aansluiting doen vinden bij hun schoolloopbaan of laten doorstromen naar een andere opleiding of naar werk.

Sinds 2018 vallen ook de werking van Taalkot en Weerstaan onder Abrusco. Taalkot is een innovatieve leerplek buiten de school waar jongeren Nederlands leren tijdens leuke, interactieve activiteiten. Weerstaan is een psychofysieke weerbaarheidstraining voor kinderen en jongeren waarin drie pijlers centraal staan: zelfvertrouwen, zelfbeheersing en zelfreflectie. De VGC subsidieerde de werking van Abrusco in 2018 met 390.000 euro. In het schooljaar 2017-2018 bereikte Abrusco 144 leerlingen met een coach op school, individuele begeleiding, leerplekleren, mentoring en nazorg. Daarnaast werden 1.157 leerlingen in groep begeleid in de modules herstel, klasactie en themawerking.

www.kans.brussels
www.abrusco.be

Logo's kans brussels & abrusco

Kasterlinden bevordert inclusief Nederlandstalig onderwijs in Brussel en de Rand

De Vlaamse Gemeenschapscommissie stimuleert meer inclusief onderwijs. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften gaan naar een gewone school en krijgen daar de nodige ondersteuning van inclusiespecialisten. Voor scholen in Brussel en de Rand levert Kasterlinden in schooljaar 2018-2019 zo’n 125 aan van de totaal 245 specialisten via het OndersteuningsNetWerk Centrum.

Kinderen steken de handen in de lucht op vraag van de leerkracht © Shutterstock
Kasterlinden - ondersteuners, leerlingen, scholen

www.kasterlinden.be
www.onw-centrum.be

Marollen krijgen eerste Huis van het Kind

In september opende het eerste fysieke Huis van het Kind in Brussel feestelijk de deuren. Midden in de Marollen, op de schoolcampus van Nieuwland.

Marollen krijgen eerste Huis van het Kind 1 © VGC

Huis van het Kind biedt via verschillende partnerorganisaties een veelzijdig aanbod aan opvoedings- en gezinsondersteuning. Ouders kunnen er terecht voor een persoonlijk gesprek, groepssessies met andere ouders en professionals en nog veel meer:

  • Baboes, een ontmoetingsruimte voor ouders en kinderen. Ouders, grootouders of andere opvoeders kunnen er samen met hun kinderen spelen, een praatje maken met andere ouders en gezellig een kop koffie of thee drinken. Kinderen van 0 tot 4 jaar leren er andere kinderen kennen en ontdekken er heel wat speelgoed in een aangename en prikkelende ruimte.
    www.baboes.be

  • Een consultatiebureau van Kind en Gezin, georganiseerd door Kind en Preventie vzw: ouders gaan er gratis langs voor preventief onderzoek en vaccinaties voor hun kinderen. Tijdens zo’n bezoek kunnen ze ook vragen stellen over de ontwikkeling, de gezondheid, de opvoeding … van hun kind.
    www.kindengezin.be/gezinsondersteuning/dienstverlening-door-kind-en-gezin/consulten/

  • Babyboost-praatgroepen voor ouders: tijdens deze oudergroepen ontmoeten ouders elkaar, in het bijzijn van een vroedvrouw. Ze delen tips en ervaringen over de periode kort voor en kort na de geboorte. Dat gaat van gezonde voeding en hechting in het eerste levensjaar tot opvoedingsondersteuning tijdens de zwangerschap en introductie tot een breder netwerk (consultatiebureaus, kinderopvang en andere gezondheids-, welzijns-, en gezinsvoorzieningen in de buurt).

  • De reizende tentoonstelling Voorlezen komt voor lezen. Deze mobiele tentoonstelling was voor het eerst te zien in Huis van het Kind. De tentoonstelling rekt het begrip voorlezen uit, focust op kleine stapjes die tot lezen leiden en reikt concrete ideeën aan om met kinderen op innige leestocht te gaan.
Marollen krijgen eerste Huis van het Kind 2 © VGC

Huis van het Kind blijft niet tussen zijn vier muren zitten: zo kreeg Baboes een vlot verplaatsbare kleine en grote tent, om op te zetten in parken en in consultatiebureaus. Daarnaast werkten de vroedvrouwen op de fiets van Wheel of Care aan het project breastfriends.brussels. Daarmee moedigen ze horecazaken aan om een borstvoedingsvriendelijk hoekje in te richten. Het project inspireerde al verschillende gemeenschapscentra van de VGC om ‘breastfriend’ te worden.

www.breastfriends.brussels
www.huisvanhetkindbrussel.be

Crisis-BXL is nieuw tweetalig meldpunt voor crisishulp aan jongeren

Begin 2018 lanceerden de Vlaamse Gemeenschap, de VGC, de GGC en de federale overheid het centraal meldpunt Crisis-BXL. De vroegere crisisnetwerken van CAW Brussel en Bru-Stars smolten samen tot één nieuw tweetalig meldpunt: dag en nacht, in de week en in het weekend bereikbaar voor iedere hulpverlener, iedere magistraat, leerkracht, jeugdwerker.

CAW © CAW

Soms loopt alles plots mis. Wie in een crisis belandt, raakt overstuur, in de war, in paniek. Hulporganisaties vangen de meeste crisissituaties zelf op in hun dagelijkse werking. Maar soms lukt het niet, is de hulpverlener ten einde raad of is er meer nodig dan wat hij kan bieden. Bovendien is er een geïntegreerde aanpak nodig over verschillende sectoren heen: algemeen welzijnswerk, bijzondere jeugdzorg en jeugdpsychiatrie.

Voortaan ziet de crisisjeugdhulp aan minderjarigen in Brussel er dus anders uit. Om kwaliteit te bieden aan jongeren in een crisissituatie.

In 2018 registreerde Crisis-BXL 544 aanmeldingen. Ten opzichte van het voorgaande jaar hielp Crisis-BXL dubbel zoveel jongeren in een crisissituatie.

Tel. Crisis-BXL: 02 209 16 36
crisis-bxl.be

VGC ondersteunt lotgenotencontact

Zelfhulpgroepen kunnen een enorme steun betekenen. Mensen die hetzelfde meemaken, wisselen ervaringen en tips uit, doorbreken taboes en komen uit hun isolement. Daarom steunt de VGC de eerste ontmoetingsplek voor iedereen die geraakt is door kanker, een ontmoetingscafé voor mensen van wie een ouder, vriend of kind te maken krijgt met psychische problemen en informatiesessies voor vrouwen in de menopauze.

Handen © Shutterstock

BOfort

De VGC leverde de middelen waarmee BOfort een sterke start kon nemen. BOfort is een nieuwe Nederlandstalige ontmoetingsplek in het centrum van Brussel voor iedereen die op een of andere manier te maken krijgt met kanker. Bij kanker speelt naast de medische behandeling ook de psychosociale begeleiding een belangrijke rol. BOfort werkt samen met ziekenhuizen en lokale dienstencentra om een zo groot mogelijk publiek te bereiken.

De ontmoetingsplaats bevindt zich naast het Brussels Ouderenplatform en biedt naast een luisterend oor ook workshops en activiteiten aan zoals revalidatiekinesitherapie en herbalanceringsmassage.

Kaffee Similes

29% van de mensen in Vlaanderen krijgt in de loop van zijn leven te maken met psychische problemen. In Brussel gaat het om 40%. Dat heeft niet alleen een impact op de betrokkene zelf, maar ook op zijn omgeving. Vaak wordt die vergeten.

De vzw Similes richt zich naar familie, vrienden of buren van psychisch kwetsbare mensen. Met steun van de VGC kon in Brussel Kaffee Similes opstarten. In het café kun je terecht voor contact met lotgenoten, om ervaringen te delen, tips uit te wisselen en emotionele steun te krijgen.

Menopauzebabbels

Rond 51 jaar maakt de menopauze een eind aan de vruchtbaarheid van een vrouw. De VGC organiseerde daar verschillende interactieve sessies over in Muntpunt. Onder andere met Leen Steyaert, Vlaanderens eerste menopauzeconsulente, en Martine Prenen, auteur van de bestseller Menopower. Aan bod kwamen thema’s zoals gewichtstoename, opvliegers, borstgezondheid en hormonen.

www.bofort.org
nl.similes.be/activiteiten

Brussel communiceert

“Nederlands is steeds belangrijker in meertalig Brussel”

‘Vroeger was Brussel vooral Franstalig. Dat is ondertussen helemaal veranderd. Brussel werd een meertalige stad waarin het kleine Nederlands niet meer tegenover het grote Frans staat. Nederlands is een van de talen die in het meertalige Brussel haar plaats heeft.’ Dat zegt Gunther Van Neste, directeur van het Huis van het Nederlands Brussel. In 2018 vierde het Huis zijn vijftiende verjaardag.

Gunther Van Neste © Gunther Van Neste

Gunther Van Neste: In die vijftien jaar werd het Huis heel groot. Elk jaar zijn er meer Brusselaars die Nederlands willen leren. Dat blijft in stijgende lijn gaan. In 2018 waren dat er meer dan 18.000. Mensen kijken anders naar Nederlands. Dat heeft te maken met de taalevolutie, met de economische situatie, en met initiatieven van de VGC. Kijk maar naar de populariteit van het Nederlandstalig onderwijs.

Elk jaar sluit de VGC een overeenkomst met het Huis van het Nederlands voor projecten die passen in het taalbeleid van de VGC. In 2018 sprong Taalkot nogal in het oog?
Ja, dat is een plaats waar jongeren uit de Centra Leren en Werken hun Nederlands komen verbeteren. In 2015 hebben we Taalkot opgestart als experiment. We weten ondertussen wat werkt en wat niet werkt en we creëerden materiaal en methodieken die bij de jongeren passen. Zo was in september ‘ons’ Taalkot klaar om over te dragen aan vzw Abrusco. Ook met de dienst Communicatie van de VGC legden we zo’n overdrachtstraject af. De VGC financierde ons al om de door hen gesubsidieerde organisaties te vormen in Duidelijk Nederlands en om hun teksten te verbeteren. Sinds kort heeft de VGC een eigen medewerker die intern de taak van het Huis van het Nederlands verderzet. Net zoals bij Taalkot gaat ons werk dus niet verloren en breken er voor ons andere tijden aan waarin we nieuwe experimenten opzetten. Het is heel dankbaar om zo te kunnen werken.

Het Huis van het Nederlands maakt zakwoordenboekjes voor horeca, winkels, de schoonmaaksector. Is daar veel vraag naar?
Ze zijn een groot succes. Ze passen in onze werking rond taalbeleid die de VGC al jaren ondersteunt. We helpen bedrijven, organisaties en diensten die het Nederlands van hun medewerkers willen verbeteren. Veel mensen willen vooral het Nederlands leren dat ze nodig hebben voor hun werk. Daarom maken we die boekjes per job. En we doen nog veel meer: conversatietafels op het werk – zoals we er trouwens ondersteunen in het Renaissancegebouw voor VGC-medewerkers –, lessen Nederlands, en voor sommige organisaties werken we zelfs een volledig taalbeleidsplan uit.

In 2018 startte het Huis van het Nederlands taalbeleidstrajecten op in de cultuur-, jeugd- en sportsector. Hoe werkt dat?
We doen dat voor organisaties met een meertalig publiek, en soms ook meertalige medewerkers. Hoe we dat doen, hangt af van de vraag van de organisatie. Een leuk voorbeeld is ons werk bij Les Gazelles de Bruxelles. Mensen uit kansengroepen gaan daar samen joggen. Een medewerker van ons loopt mee om een idee te krijgen van de taalsituatie. Bij de werkingen met kansarme jongeren kregen we dat beeld op een inspraakmoment met de jongeren. Daarna start de actie. We creëren concrete, praktische instrumenten waar de organisatie achteraf mee kan werken. Zo werkten we voor de BBJJA – de Brussels Brazilian Jiu-Jitsu Academy – een workshop uit die ze kunnen blijven gebruiken om hun trainingen in het Nederlands te geven, maar tegelijkertijd toegankelijker te maken.

Jullie zijn ook heel actief in opleidingen voor volwassenen?
Dat klopt. Daar helpen we docenten van beroepsopleidingen om hun lessen toegankelijker te maken voor anderstalige cursisten op het vlak van Nederlands. Zonder daarbij aan kwaliteit in te boeten. In 2018 ondersteunden we 15 van die opleidingen. Ook de Centra Leren en Werken hebben veel anderstalige leerlingen. De laatste jaren werkten we intensief samen om een taalbeleid op te zetten. We zijn heel blij dat Onderwijscentrum Brussel binnenkort met die expertise ons werk gaat verderzetten en nog verbeteren.

En jullie conversatietafels, hoe gaat dat?
We werken met twee soorten conversatietafels. Er zijn onze eigen Babbelut-conversatietafels. Die organiseren we elke week in zes gemeenschapscentra, in Muntpunt en in het Beroepenpunt. We doen dat samen met zestig Nederlandstalige vrijwilligers. Het hele jaar door geven we ze tips, advies en vorming. We bedanken ze ook met een jaarlijkse activiteit want zonder hen zou Babbelut niet bestaan. Babbelut is een succes. Anderstaligen en vrijwilligers namen vorig jaar 8.000 keer deel aan de Babbelut-conversatietafels.

Daarnaast helpen we andere organisaties om eigen conversatieactiviteiten te organiseren. Alles kan. De buurthuizen Scheut en Anneessens, Samenlevingsopbouw Peterbos en Vluchtelingenwerk Vlaanderen bijvoorbeeld startten samen met ons conversatietafels op. En we ondersteunden in 2018 ook Babbel & acteer in GC Nohva, Babbel & kook in GC Op-Weule en Babbel & lees in GC Nekkersdal. Deelnemers en vrijwilligers bouwen een band op met de organisatie in plaats van met ons. De deelnemers komen bijna altijd uit de buurt van de organisatie. Voor ons is die lokale inbedding in de wijken heel belangrijk. Niet alleen voor de conversatietafels, ook voor onze andere projecten. Daarom zetten we in 2019 extra in op de gemeenten. We gaan ze stimuleren om werk te maken van een taalbeleid voor hun medewerkers, en we gaan het ook hebben over leer- en oefenkansen Nederlands die ze hun personeel kunnen bieden.

Jullie zijn ook actief in Brusselse scholen en kinderdagverblijven, ook al werken jullie niet met kinderen?
Ja, we zijn al jaren actief met ons project ‘Nederlands voor ouders’. Dit is het aanbod voor Brusselse organisaties die ouders willen motiveren om Nederlands te leren of te gebruiken. Zoals scholen, kinderdagverblijven, consultatiebureaus, het Huis van het Kind en andere organisaties. Scholen kunnen ons vragen om aan ouders een infosessie te geven over Nederlands leren en oefenen. Of ze kunnen advies vragen om activiteiten te organiseren voor ouders die Nederlands willen oefenen. Schoolteams die beter willen communiceren met ouders die niet Nederlandstalig zijn, krijgen tips en tricks in een workshop of een minisessie Duidelijk Nederlands.

In kinderdagverblijven startten we in 2018 ook met Nederlands voor medewerkers. In die eerste fase hebben we vooral geanalyseerd: Wat is hun taalniveau? Welk taalniveau hebben ze nodig? Welke ondersteuning is nodig om dat niveau te bereiken? Het plan is om daar in 2019 mee aan de slag te gaan en om medewerkers van kinderdagverblijven en onthaalouders te helpen om hun Nederlands te verbeteren.

www.huisnederlandsbrussel.be

Huis van het Nederlands Brussel © Huis van het Nederlands Brussel
“ We helpen bedrijven, organisaties en diensten die het Nederlands van hun medewerkers willen verbeteren. ” Gunther Van Neste (Huis van het Nederlands Brussel)

Conversatietafels

Nederlands leren kan op verschillende manieren. Denk aan een cursus in een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Centrum voor Basiseducatie. Maar je kunt het ook oefenen, door te praten met ouders aan de schoolpoort of met leden van je sportvereniging. Het Huis van het Nederlands heeft een aanbod voor Brusselaars die Nederlands willen oefenen. Het bekendst zijn de conversatietafels. In 2018 organiseerde het Huis van het Nederlands elke week Babbelut-conversatietafels op acht vaste locaties in Brussel, waaronder een nieuwe Babbelut-conversatietafel in het Beroepenpunt in Sint-Joost-ten-Node. Maar het Huis ondersteunt ook organisaties om hun eigen conversatiegroepen op te starten.

VGC geeft goede voorbeeld

Je kunt ook Nederlands leren op de werkvloer. Als werkgever heeft de VGC daarin een voorbeeldfunctie. Het Huis van het Nederlands en de directie Personeel en HRM werken al vijf jaar samen rond taalbeleid dat aansluit bij een divers personeelsbeleid. Ze startten in 2018 met de conversatiegroep Nederlands op de werkvloer. Anderstalige collega’s krijgen er de kans om in de middagpauze hun Nederlands te oefenen met collega’s.

Nederlandstalige vrijwilligers spelen een sleutelrol. Zij starten het gesprek en proberen het gaande te houden. Ze waken over een veilige sfeer in de groep. Bij de VGC zijn die vrijwilligers collega’s. De collega’s die Nederlands leren, vinden de conversaties een meerwaarde voor hun job: ‘In de Nederlandse les leer ik nieuwe woorden en grammatica. In de conversatiegroep krijg ik de kans om te oefenen.’ ‘Op de werkvloer gebruik ik vaak dezelfde woorden. In de conversatiegroep krijg ik de kans om te praten over andere thema’s. Zo breid ik mijn woordenschat uit.’ ‘Vaak zijn de gesprekken zo boeiend dat ik vergeet dat ik Nederlands aan het leren ben.’

nederlandsoefenen.be/brussel
nederlandsoefenen.be/brussel/taaloefenkans/babbelut-conversatietafels

Conversatietafels © VGC
“ Vaak zijn de conversaties zo boeiend dat ik vergeet dat ik Nederlands aan het leren ben. ”

Zakwoordenboekjes voor meertalig onthaal van bezoekers en patiënten

In 2018 publiceerde het Huis van het Nederlands Brussel met steun van de VGC twee nieuwe zakwoordenboekjes. In de lente was er Contact FR.NL.EN, een drietalig woordenboekje voor onthaalmedewerkers in Brusselse organisaties, diensten en bedrijven. En in december verscheen Medica FR.NL.EN, een woordenboekje voor de Brusselse ziekenhuizen. De woordenboekjes zijn een hulpmiddel. Ze brengen gebruikers niet alle finesses van de taal bij, maar ze zijn wel een steun in de uitoefening van hun job.

Taalbeleid en taalpromotie

De woordenboekjes kaderen in een reeks initiatieven die de VGC de afgelopen jaren samen met het Huis van het Nederlands Brussel nam voor taalbeleid en taalpromotie. Tientallen organisaties, diensten, instellingen en bedrijven konden een beroep doen op het Huis om het Nederlands een prominentere plaats te geven in hun werking en in de meertalige realiteit van Brussel.

Puis-je vous aider? Kan ik u helpen? Can I help you?

Het onthaal aan de balie en aan de telefoon is hét visitekaartje van organisaties en bedrijven. Het is dus belangrijk om een goede eerste indruk te maken, door klanten en bezoekers meteen te woord te staan in het Nederlands, of in een andere taal. Contact FR.NL.EN helpt om veelgebruikte woorden, begrippen en sleutelzinnen snel onder de knie te krijgen. Het is een praktisch boekje, boordevol oefenmogelijkheden.

Medica FR.NL.EN voor ziekenhuizen

Eind 2018 publiceerde het Huis van het Nederlands nog een zakwoordenboekje, opnieuw met steun van de VGC. Medica FR.NL.EN richt zich in de eerste plaats tot ziekenhuismedewerkers. In dit boekje komen de zinnen en woorden uit courante situaties bij een onderzoek of in de kamer bijvoorbeeld. Het woordenboekje is ook nuttig voor andere instellingen uit de zorgsector die dezelfde woordenschat gebruiken: rusthuizen, zorgopleidingen en organisaties voor thuisverpleging.

Graag meer info over de woordenboekjes? Surf naar www.huisnederlandsbrussel.be/publicaties.

Medica boekje © Annika Wallis

Taalbeleid in Cultuur, Jeugd en Sport

Taalbeleid © VGC

In 2018 begeleidde het Huis van het Nederlands verschillende taalbeleidstrajecten in de domeinen Cultuur, Jeugd en Sport.

Voor D’Broej, de koepel van werkingen voor maatschappelijk kwetsbare jongeren, stelde het Huis een richtlijn op met het beoogde taalniveau voor bepaalde functies. Het Huis zette voor D’Broej ook een participatief traject op om behoeften en verzuchtingen van medewerkers en vrijwilligers in kaart te brengen op het vlak van Nederlands. Dat mondde uit in taalacties zoals conversatiegroepen en werken met taalpeters en -meters.

Voor de VGC-sportdienst stelde het Huis taalprofielen Nederlands op voor sportanimator en zaalwachter. Het Huis organiseerde ook een discussiemoment met de hele dienst over het taalaspect bij het contact met klanten: van administratie over communicatie tot de activiteiten zelf.

Maatwerk

Vier werkingen voor maatschappelijk kwetsbare jongeren, twee sportverenigingen en vijf gemeenschapscentra kregen een taalbeleidstraject op maat van hun werking. Ook daarvoor vertrok het Huis van gesprekken met bestuurders, medewerkers, ouders en jongeren om hun behoeften en hun taalpositie in kaart te brengen.

Die taalomgevingsanalyse leidde tot concrete acties:

  • Plonge dans le néerlandais voor de Brussels Boxing Academy, Peterbos en de Vereniging van Marokkaanse Jongeren.
  • Contactmomenten met ouders bij de Brussels Brazilian Jiu-Jitsu Academy (BBJJA), de Vereniging van Marokkaanse Jongeren en Peterbos.
  • Een workshop taaltoegankelijk coachen voor BBJJA.
  • Een workshop taalstimulerend coachen voor Les Gazelles de Bruxelles.
  • Een uitgeschreven taalvisie voor de gemeenschapscentra De Kriekelaar (Schaarbeek), De Kroon (Sint-Agatha-Berchem), Het Huys (Ukkel), Op-Weule (Sint-Lambrechts-Woluwe) en de Pianofabriek (Sint-Gillis).

Taalbeleid in Onderwijs en Vorming

Het Huis van het Nederlands wil de kwaliteit van de Nederlandse taallessen in Brussel versterken. Daarom geeft het Huis lesgevers Nederlands in het volwassenenonderwijs informatie over lesmateriaal, methodieken en oefenkansen Nederlands voor de cursisten. In 2018 organiseerde het Huis een NT2-Trefdag voor 132 lesgevers. Het Huis zette ook een aantal projecten op voor klassen om op stap te gaan in Brussel. Samen met de musea bijvoorbeeld ontwikkelde het Huis lesmateriaal en rondleidingen aangepast aan cursisten NT2.

Het Huis ontwikkelde ook lessen op maat, zoals een intensief taalbad voor werkzoekenden. Opleidingsinitiatieven die werken met cursisten die nog niet zo goed Nederlands spreken, kregen extra ondersteuning van het Huis. Het Huis coacht de lesgevers op de opleidingsvloer om zo de lessen toegankelijker te maken voor anderstaligen en om de cursisten, leerlingen en medewerkers te stimuleren om hun Nederlands te verbeteren.

In 2018 startte het Huis ook een taalbeleidstraject met de lerarenopleidingen van het Nederlandstalig hoger onderwijs in Brussel. Een effectief taalbeleid draagt bij tot het studiesucces van studenten in de lerarenopleiding en op die manier ook tot het tegengaan van het dreigende lerarentekort in Brussel.

‘Nederlands voor ouders’ is het aanbod van het Huis voor Brusselse scholen die ouders willen motiveren om Nederlands te leren en te gebruiken. Het Huis van het Nederlands Brussel gaf in 2018 63 infosessies over Nederlands leren en oefenen voor meer dan 650 ouders.

Daarnaast werden oefenkansen voor ouders op school gecreëerd via conversatie-activiteiten in 20 scholen. Schoolteams die beter willen communiceren met ouders die niet Nederlandstalig zijn, kregen tips en tricks in een workshop of in een sessie Duidelijk Nederlands.

Taalbeleid in Gezinsinitiatieven

Wat is taal? Hoe leert een kind ons begrijpen en hoe leert het zichzelf uit te drukken? Hoe gaat dat bij kinderen die opgroeien in een meertalige omgeving? En hoe kun je als begeleider kinderen stimuleren in hun taalontwikkeling?

Moeder met kind © Lies Engelen Photography

Opgroeien in Brussel is een team van pedagogisch ondersteuners binnen de entiteit Gezin. Kinderdagverblijven voor baby’s en peuters, initiatieven voor buitenschoolse opvang en organisatoren van preventieve gezinsondersteuning kunnen er terecht met al hun vragen over pedagogische thema’s. Dus ook over taal, communicatie en meertaligheid. Samen streven ze naar optimale pedagogische kwaliteit. In 2018 volgden vijf kinderdagverblijven een traject Taal en communicatie en twee een traject Meertaligheid. Opgroeien in Brussel geeft advies op maat en gaat met begeleiders aan de slag op de werkvloer.

Opgroeien in Brussel ondersteunt ook de communicatie met ouders en adviseert de begeleiders daarover. Daarvoor kunnen ze ook terecht bij het Huis van het Nederlands. Dat stimuleert beroepskrachten om meer Nederlands te gebruiken in hun communicatie met alle ouders, van het heen-en-weerschriftje tot het huishoudelijk reglement. In 2018 organiseerde het Huis 24 acties in 20 kinderdagverblijven: infostands, workshops Duidelijk Nederlands en de Taalbox. De infobox Nederlands leren en oefenen is ook verspreid in dertien consultatiebureaus.

Het Huis van het Nederlands zorgt ook voor Nederlands op de werkvloer voor anderstalige begeleiders. Binnen de initiatieven voor buitenschoolse opvang lopen er verschillende projecten zoals de conversatietafels, het peter- en meterschap en de infosessies.

Verder gaf de VGC het Huis de opdracht kinderdagverblijven te ondersteunen om voor alle begeleiders het vereiste niveau Nederlands te halen, zoals Kind en Gezin dat omschrijft. Daarvoor analyseerde het Huis het taalniveau in vijf kinderdagverblijven. Die analyse moet in 2019 leiden tot een aanbod op maat en tot concrete acties.

Inspraak van kinderen en jongeren over zorg

Wat denken onze jonge ketten zelf over de buitenschoolse opvang? En vinden ouders gemakkelijk hun weg naar het consultatiebureau? Hoe kunnen we de hulpverlening voor jongeren toegankelijker maken? Samen met kinderen, jongeren, ouders en hulpverleners werken we aan een nog aangenamere stad. Dat doen we onder andere door naar Brusselaars te luisteren.

Caroline Boudry VBJK © Caroline Boudry VBJK Kinderen worden zélf onderzoekers

Hoe ervaren kinderen en ouders de initiatieven voor buitenschoolse opvang?

Met die vraag startte vzw VBJK (Vernieuwing in de Basisvoorzieningen voor Jonge Kinderen) met steun van de VGC een onderzoek bij kinderen en ouders in de IBO’s, de initiatieven buitenschoolse opvang, erkend door Kind en Gezin. Een IBO vangt kleuters en lagereschoolkinderen op, voor en na school, op woensdagnamiddag en op vrije dagen.

In dit onderzoek werden de kinderen zelf onderzoekers. Ze konden hun vriendjes vragen stellen over hun vrije tijd en wat ze van de opvang verwachten. De onderzoekers kozen voor originele onderzoeksmethoden: gidsbeurten, rollenspelen, tekeningen, video’s, stellingenspelletjes.

Daarna legden ze de bevindingen van de kinderen voor aan ouders. Die konden aanvullen. En op het eind was het de beurt aan de professionele medewerkers. Alle IBO’s en hun partners gingen aan de slag met de resultaten.

Hoe loopt de ondersteuning van ouders met kleine kinderen in Brussel?

En hoe kan dat beter? Met steun van de VGC onderzocht het Kenniscentrum Gezinswetenschappen de drempels waar ouders op botsen als ze een consultatiebureau zoeken in de buurt. Zijn ouders en toekomstige ouders goed op de hoogte van wat de consultatiebureaus van Kind en Gezin precies doen? Waar ze moeten zijn? Of die bureaus vaak genoeg open zijn?

In een consultatiebureau van Kind en Gezin volgen een regioverpleegkundige en een arts de ontwikkeling van kinderen op. Ze meten, wegen en vaccineren de kinderen ook gratis. De consultatiebureaus zijn een centrale pijler van het Huis van het Kind in Brussel.

Hoe zorgen we voor jeugdhulp op maat van jongeren?

Verschillende Brusselse organisaties die werken met jongeren sloegen de handen in elkaar om de drempels naar de jeugdhulp in kaart te brengen en de toegankelijkheid te verbeteren. Zo zorgen we ervoor dat elk kind, elke jongere en elk gezin meteen gepaste hulp op maat kan vinden.

Omdat de ervaring van jongeren zelf een goede toetssteen is, ondervroegen de organisaties jongeren van 12 tot 25 jaar. In interviews en met een vragenlijst via alle Nederlandstalige scholen in Brussel gingen ze na hoe bekend jeugdhulp en jeugdorganisaties zijn bij jongeren. Aan het onderzoek werkten ook brugfiguren mee zoals jeugdwerkers, straathoekwerkers en hulpverleners.

Uit de antwoorden blijkt dat jongeren proberen om hun problemen eerst zelf op de lossen in de privésfeer. Ze willen graag terechtkunnen bij mensen die ze vertrouwen en die niet meteen klaarstaan met een oordeel. Soms zijn ze bang dat hun probleem niet belangrijk genoeg is om er een hulpverlener mee ‘lastig te vallen’. Bij verschillende jongeren heeft de jeugdhulp niet zo’n positief imago. Ook rond psychologen hangt nog altijd een taboesfeer. Tieners zijn dus niet geneigd om met hun vragen en problemen meteen naar een dienst te gaan. Ze bewegen zich niet op eigen initiatief in het spel van vraag en aanbod.

‘Nee, want dan ben je gek in je hoofd. Ik zou nooit naar een psycholoog gaan.’

‘Ik praat niet zomaar met iedereen over mijn problemen. Als ik met een vriend praat over de situatie thuis, dan moet die wel héél close zijn en bij hem thuis ongeveer hetzelfde meemaken. We praten erover, we lachen ermee. “Ik ben te laat thuis, ik krijg slaag.” Voor ons is dat normaal, we zijn zo opgegroeid. Dat gaat zo blijven, dat gaat nooit veranderen.’

Hoe kunnen we drempels wegwerken en deuren openen?

Een van de concrete initiatieven die voortvloeide uit het project is een pop-upstand van het JAC, dat deel uit maakt van het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Brussel. Zij brengen het hulpverleningsaanbod met een omgetoverde bakfiets naar de leefwereld van de kinderen en jongeren. Dat is een hedendaagse ‘outreachende’ manier van werken, als aanvulling op het klassieke werkmodel, het onlineaanbod en het mobiele aanbod (waarin hulpverleners na een aanmelding op verplaatsing gaan). Via de pop-upstand kan de hulpverlener heel lokaal en dicht bij de kinderen en jongeren werken aan preventie en zichtbaarheid, en welzijnsvragen opvangen van kinderen, jongeren en organisaties.

Caroline Boudry VBJK © Caroline Boudry VBJK

www.vbjk.be/nl
www.kcgezinswetenschappen.be/nl/content/kenniscentrum
www.caw.be/locaties/caw-brussel-vzw

Escaperoom maakt jongeren warm voor zorgsector

Ook in Brussel is er veel vraag naar goed opgeleide en gemotiveerde zorgverleners. Daarom werkt de VGC graag mee aan de Vlaamse promotiecampagne ‘Ik ga ervoor’. De campagne voor positieve beeldvorming over beroepen in de zorg maakt jongeren warm om te kiezen voor een carrière in de zorg. In 2018 lag het accent op verpleegkunde.

Escaperoom in BXL © Lander Loeckx

Als werkvorm werd gekozen voor een escaperoom. Dat is een containerconstructie waarin leerlingen en leerkrachten uit de derde graad van het secundair onderwijs een scenario doorlopen en speels kennismaken met uitdagingen in de zorg. In spannende opdrachten en zorgtaken leren ze de zorg en zorgberoepen kennen en worden ze door zorgverleners warm gemaakt om te kiezen voor een zorgberoep. De escaperoom stond op vijf locaties in Brussel.

Na het avontuur in de escaperoom werden er podcasts gemaakt met straffe verhalen van zorgverleners en van bekend Brusselaar en stand-upcomedian Erhan Demirci.

www.ikgaervoor.be

Brussel bruist
RESIDENTIE VAN KNUTSELAARS

‘Kunst die mensen laat fantaseren’

Om de drie jaar mogen kunstenaars zich kandidaat stellen om te werken in het Gallaithuis in Schaarbeek. De VGC stelt die ruimte ter beschikking op basis van artistieke plannen, interessante samenwerkingen en verbondenheid met de omgeving en de stad. Begin 2018 viel de keuze op de Koekelbergse Alliantie voor Knutselaars (K.A.K.).

Team K.A.K. © K.A.K.

De theatermakers werken momenteel aan een kleutervoorstelling over het milieu. Dries Gijsels van K.A.K.: ‘Je kunt kinderen niet vroeg genoeg bewustmaken.’ Het collectief kiest opnieuw voor een gebricoleerde esthetiek.

Dries Gijsels: ‘Met onze intrek in het Gallaithuis is er voor ons een nieuwe fase aangebroken. Na een lang nomadisch bestaan is het fijn dat we nu een thuisbasis hebben met ruimte voor ontmoeting, stockage, residenties, vergaderingen en nog veel meer. In het Gallaithuis kunnen we ook verder professionaliseren. Dat is nodig om artistiek, financieel en logistiek overeind te blijven en duurzaam te kunnen groeien.’

Die ‘eigen plek’ komt dus op het goede moment om dingen op orde te zetten in jullie wat eigengereide manier van werken?
‘Als groep is het niet altijd evident om alles samen te dragen. We worden er wel steeds beter in. Samen aan hetzelfde zeel trekken met aandacht voor ieders kennis, ideeën en gedachten. De kracht en de warmte van de groep en van het publiek leveren memorabele momenten op en hebben impact op ons dagelijks bestaan als collectief.’

Met hoeveel knutselaars zijn jullie vandaag?
‘Ondertussen met zeventien maar ooit begonnen we met negen. Grotendeels afgestudeerden van het Ritcs, de Brusselse media- en theaterschool waar we om de haverklap meededen in elkaars projecten. We vonden dat die creatieve samenhorigheid niet verloren mocht gaan. Voor onze eerste K.A.K.-sessies konden we terecht in het Atheneum van Koekelberg. Daar kregen we mentaal én fysiek ruimte om te experimenteren. Al snel werd duidelijk dat er een publiek was voor onze artistieke bezigheden. We zochten en vonden nieuwe ruimtes, en we ontwikkelden nieuwe formats die uitmondden in eenmalige gebeurtenissen. Toen werd duidelijk dat we dit soort artistieke praktijk wilden verderzetten.’

Jullie maken graag ‘totaalspektakels’?
‘Ja, in het begin zochten we een antwoord op de vraag: hoe kunnen we zelf de omstandigheden creëren waarbinnen we ons artistieke werk willen ontwikkelen? Dat evolueerde gaandeweg naar: hoe moet je je als groep organiseren om te zorgen dat iedereen naast het artistieke ook het organisatorische aanpakt en ondersteunt? Zo ontstaat er inderdaad een totaalpakket waarin afspraken over de prijs van een drankje of van een ticket onderdeel worden van de groepsvisie. Zorg dragen voor elkaar, voor het publiek, voor de wereld. Een plek creëren die voor ons een ideale wereld kan zijn.’

Jullie eerste grote performance was Office de tourisme?
‘Ja, dat was een totaalverhaal dat het publiek meenam op een audiowandeling door Molenbeek. Een realiteit die we in het hellhole van Brussel omzetten in een droom. Het ging om een vrai-faux toeristenbureau dat het publiek liet fantaseren. Een bezoeker zei: “Ah, j’ai compris, vous apprenez les gens à rêver.” Dat was wat we wilden doen, maar nog niet eerder zelf benoemd hadden: mensen meenemen in een droom of net niet of net ertussenin. Vorige zomer maakten we dan Life, death and television in de oude tv-studio’s in Sint-Pieters-Woluwe waarin we het publiek meezogen in schijn en werkelijkheid van het tv-gebeuren.’

Hebben jullie zelf ook een droom?
‘Te veel om op te noemen eigenlijk. We dromen onder meer van een eigen plek, een theaterhuis waar we naast eigen stukken ook ander interessant werk kunnen programmeren. Of waarom niet een stadsgezelschap waar we van onderuit samenwerken over taal- en cultuurbarrières heen?’

www.k-a-k.be

Dries Gijsels © Dries Gijsels
“ We werken aan een plek die anders is. Een plek die het verschil maakt. ” Dries Gijsels (K.A.K.)

Onderwijscentrum Brussel viert tiende verjaardag

Brussel inspireert. Dat was het thema voor de tiende verjaardag van het Onderwijscentrum Brussel (OCB). Scholen en leerkrachten vinden elke dag inspiratie in Brusselse uitdagingen zoals diversiteit en meertaligheid. Entiteitsverantwoordelijke Piet Vervaecke en onderwijsondersteuner Fatiha Ahidar waren er al bij van in het prille begin.

Ontwikkelingskansen van alle kinderen en jongeren vergroten

Spelende kinderen © VGC

Wat doet het OCB precies?
Fatiha: We ondersteunen scholen, Brede Scholen en de VGC-speelpleinen om hun aanpak te professionaliseren. Ze krijgen allemaal te maken met Brusselse uitdagingen zoals diversiteit, meertaligheid en ouderbetrokkenheid. Wij willen de ontwikkelingskansen van alle kinderen en jongeren in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel vergroten via de leerkrachten, de coördinatoren van de Brede Scholen en de animatoren van de speelpleinen. We bieden ondersteuning op maat van elke school, Brede School of speelplein.

Ik coach en adviseer schoolteams rond thema’s zoals leesvaardigheid en mondelinge vaardigheden van de leerlingen, ouderbetrokkenheid, handelingsplanning … Ik geef ook schooloverstijgende vormingen in ons centrum in de Marcqstraat.

Vormingen en praktijkwinkels

Piet: We hebben ook een uitgebreid vormingsaanbod voor directeurs en leraren basis- en secundair onderwijs. We bieden intervisie aan en zorgen voor uitwisseling van goede praktijken via de praktijkwinkels. Daarnaast zetten we verschillende projecten op, zoals de activiteiten rond Lesgeven in Brussel (met bijvoorbeeld ‘De slimste school van Brussel’, de jaarlijkse quiz voor schoolteams), de Zomerschool voor anderstalige nieuwkomers of KLIK (Klas in de Kijker) in samenwerking met Bruzzket.

Wat zijn de belangrijkste evoluties die je in die tien jaar zag in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel?
Fatiha: Er zijn veel nieuwe scholen bijgekomen en bestaande scholen werden uitgebreid. Dat zorgt voor een grote instroom van jonge leerkrachten die in Brussel komen lesgeven en die goede opvang en begeleiding nodig hebben. Heel wat leerkrachten kiezen er bewust voor om voor een Brusselse klas te staan. Helaas gaan ook heel wat leerkrachten na een tijdje weer weg om dichter bij huis te werken. Dat betekent voor ons voortdurend opnieuw investeren in de instroom van nieuwe leerkrachten.

In Brussel, en meer bepaald in mijn regio Anderlecht, hebben we er sinds dit schooljaar een tienerschool bij. Het OCB heeft samen met de school hard gewerkt aan de voorbereiding ervan en het is heel fijn om te zien dat het project nu ook echt van start is gegaan. Bedoeling van de tienerschool is om de kloof tussen basis en secundair te verkleinen en om volop in te spelen op de noden van tieners in de grootstad.

Piet: Het Onderwijscentrum Brussel probeert voortdurend in te spelen op veranderingen in de (onderwijs)omgeving. Elk jaar opnieuw worden zowel de interne als de externe werking bijgestuurd om op die veranderingen te kunnen inspelen. Dat vraagt heel veel van de medewerkers en ik ben dan ook blij dat ik kan rekenen op een sterk en geëngageerd team dat kritisch maar ook enthousiast meegroeit!

Aandacht voor alle grootstedelijke thema’s

Fatiha: In die tien jaar breidden we de inhouden die we ondersteunen fors uit. Vroeger focusten we op taalvaardigheid en ouderbetrokkenheid. Nu hebben we aandacht voor alle grootstedelijke thema’s zoals kansarmoede, kleuterparticipatie, sociale vaardigheden, breed leren. Bovendien koppelen we die thema’s nu aan sleutelcompetenties zoals samenwerken met anderen, kritisch en creatief denken en handelen, een boodschap vlot en duidelijk overbrengen in verschillende talen.

Het OCB is enorm gegroeid. Hoeveel mensen werken er nu?
Piet: Het aantal medewerkers is de voorbije 10 jaar inderdaad sterk gestegen. Dat hangt nauw samen met een belangrijke toename van de opdrachten en verantwoordelijkheden. In 2008 hadden we een personeelsformatie van 56 voltijdse equivalenten. Vandaag zijn dat 98 voltijdse equivalenten, wat zich vertaalt in meer dan 100 medewerkers.

Een hele klus om dat als entiteitsverantwoordelijke allemaal in goede banen te leiden. Hoe doe je dat?
Piet: Door de manier waarop we ons organiseren, slagen we erin om te blijven focussen op een efficiënte werking. Zo werken we met zelfsturende teams, en namen we nog verschillende andere initiatieven om een vlotte werking te blijven realiseren. Zo heeft OCB drie teamcoaches (coördinatoren) die zorgen voor de ondersteuning van zowel de teams als de individuele ondersteuners. We beschikken over een interne studiedienst en een intern aanvangs- en professionaliseringsbeleid. We maken actief werk van personeelszorg en we hebben een intern digitaal communicatieplatform. Wekelijks komen we samen in team of deelteams én we kregen de kans om ons Huis heel functioneel in te richten.

Kennen de onderwijsondersteuners elkaar nog?
Fatiha: Ja hoor. Er zijn heel wat momenten, vaak op vrijdag, waarop je heel intensief met collega’s samenwerkt. Het OCB zet ook heel bewust in op kennis delen en samenwerken via teamdagen, werkgroepen, digitaal platform, intervisies, inspiratiedagen.

‘Fier op mijn beroep als onderwijsondersteuner’

Ondersteuners in eetruimte © VGC

Waar ben je het meest trots op als je terugblikt op de afgelopen tien jaar?
Fatiha: Ik ben trots om te werken in een organisatie als OCB en ik ben dus fier op mijn beroep als onderwijsondersteuner. OCB is een lerende organisatie. Je leert constant bij, zowel van de collega’s, als van de scholen, leerkrachten maar ook van kinderen. Je krijgt ook de kans om te groeien. Als ik kijk naar mezelf, ben ik enorm gegroeid in mijn kennen, kunnen en zijn. Je krijgt ook de kans om je te professionaliseren en dat is heel belangrijk. Tien jaar geleden was ik alleen maar met één inhoud bezig, nu werk ik rond heel diverse inhouden op verschillende niveaus en dat is boeiend. Soms is het ook wel een lange zoektocht, een zoektocht die je gelukkig niet alleen moet maken.

Fijn is ook dat er binnen OCB niet éénzelfde aanpak verwacht wordt. Elke ondersteuner is uniek en anders, maar zal er alles aan doen om de vooropgestelde doelen samen met haar of zijn school of collega’s te behalen.

Piet: Ik ben trots op alle leden van mijn team, zowel op de onderwijsondersteuners als op de andere medewerkers, die steeds opnieuw met heel veel inzet het beste van zichzelf geven. Ik ben ook blij met de goede contacten en de samenwerking met alle diensten van de centrale administratie. Ook zij zorgen ervoor dat wij als Onderwijscentrum Brussel onze opdrachten kunnen realiseren.

Brussel inspireert

De slogan van jullie verjaardagscampagne was: ‘10 jaar OCB! Brussel inspireert …’ Vanwaar die slogan?
Fatiha: Brussel is een stad met veel uitdagingen, dat weten we ondertussen allemaal. En toch inspireert de stad mij en geeft ze mij de nodige energie om er elke dag voor op te staan. Ik geloof enorm in de capaciteiten van kinderen en jongeren, én in de kwaliteiten van elke school en leerkracht.

Welke feestelijkheden waren er voor tien jaar OCB?
Piet: In de ‘10 jaar OCB-fotowedstrijd’ daagden we scholen uit om in één beeld te vangen hoe Brussel hen inspireert. Met de activiteit ‘OCB speelt mee’ namen we de middagpauze van tien scholen over: we bezorgden de kinderen een onvergetelijke middagpauze en om ze te bedanken voor hun inzet kregen de schoolteams een broodjeslunch. We zijn gestart met het OCB Instagram-account, waar de volgers een inkijk krijgen in het werk van een onderwijsondersteuner. Verder brachten we zes verhalen in beeld over het diverse werk van OCB. En natuurlijk vierden we onze tiende verjaardag ook met een groot feest op 21 november, samen met de scholen en partners.

www.onderwijscentrumbrussel.be
www.instagram.com/onderwijscentrum_brussel
www.facebook.com/onderwijscentrumbrussel

Spelende kinderen met juf © VGC
“ Fatiha: Heel wat leerkrachten kiezen voor een Brusselse klas.
Piet: Meer opdrachten, meer mensen. ”
Fatiha Ahidar (OCB) & Piet Vervaecke (OCB)

‘BRUZZ Ket’ lanceert digitaal kinder- en jongerenplatform

In januari startten mediaplatform BRUZZ en het Onderwijscentrum Brussel ‘BRUZZ Ket’: een gloednieuw digitaal kinder- en jongerenplatform voor Nederlandstalige en meertalige Brusselse ketten van 9 tot 13.

Screenshot bruzzket.be

Het kinder- en jongerenplatform vertrekt van de leefwereld van 9- tot 13-jarigen, tussen kind zijn en volwassen worden, en speelt in op hun interesses: muziek, sport, beauty, dieren, games, het andere geslacht, school. Het biedt een bijzondere blik op Brussel met verhalen uit de stad, uit-tips, polls en stellingen, recensies, games, multimediale reportages en nog veel meer. ‘BRUZZ Ket’ is niet alleen vóór maar ook ván kinderen en jongeren. Het geeft de jongeren zelf een stem. Zo is naast de BRUZZ-redactie ook een team BRUZZ Ket-experten actief: jonge redacteurs van 9 tot 13 die onder begeleiding van professionele redacteurs hun passie volgen en kijken wat er in Brussel te beleven valt. BRUZZket.be wil hiermee veel Brusselse ketten aanspreken.

Het Onderwijscentrum Brussel ziet in de website veel onderwijskansen. Leerkrachten kunnen het platform gebruiken om te werken aan leesvaardigheid, spreekvaardigheid, mediawijsheid of participatie van hun leerlingen. Het opent ook perspectieven voor ouder- en buurtbetrokkenheid, diversiteit, toeleiding tot de lokale bredeschoolwerking of het speelplein.

KLIK: Klas in de Kijker

En ook met ‘KLIK’ daagden het Onderwijscentrum Brussel en ‘BRUZZ Ket’ twaalf Brusselse klassen uit. Zij kregen mediawijze opdrachten: een 360°-klasfoto maken, een lievelingsplek voorstellen, een stop-motionfilm over de actualiteit maken. Het resultaat is te bekijken op BRUZZket.be. Het unieke samenwerkingsproject tussen media en onderwijs geeft de klas de kans om zichzelf in de kijker te zetten.

KLIK startte na een succesvolle proefdraai op 18 september 2018 met twaalf klassen uit het 5e en 6e leerjaar van tien verschillende Nederlandstalige basisscholen uit Brussel.

www.bruzzket.be
www.onderwijscentrumbrussel.be

17de EDITIE

Avond van het Nederlandstalig Onderwijs

Op 20 februari 2018 genoten schoolteams en onderwijspartners uit het Nederlandstalig onderwijs in Brussel van een geweldig feest in het Paleis voor Schone Kunsten op de 17e Avond van het Nederlandstalig onderwijs.

Muziek en ambiance werden verzorgd door SOULBROTHERS, straffe muzikanten die zich aan alle genres wagen. Als afsluiter konden alle aanwezigen genieten van een gezellig ontmoetingsmoment.

www.onderwijsinbrussel.be/onderwijsavond

Avond van het Nederlandstalig Onderwijs © Lander Loeckx
QUIZ

De Slimste School van Brussel

Vijftig schoolteams namen het tegen elkaar op in de quiz De slimste school van Brussel. Om de beker voor hun school in de wacht te slepen, moesten ze uitblinken in parate kennis, strategisch inzicht en meer praktische talenten zoals katapultschieten en dansen.

In totaal namen ongeveer 230 leerkrachten uit 32 verschillende scholen deel.

De ploeg die de quiz gewonnen heeft, is voor het 3e jaar op rij een ploeg van het Sint-Guido instituut van Anderlecht, dit jaar onder de naam ‘SGItriplechampions?’. De tweede plaats ging naar ‘#1080#minstoriginelenaam’ van het Atheneum GO! For Business in Molenbeek en de 3e plaats was voor ‘WijvanSGIzijntof’, ook van het Sint-Guido instituut in Anderlecht.

Quiz © Sandra Timmermans
Animator met 3 kinderen op de schoot © Lander Loeckx