De lokale dienstencentra merkten dat het mentale welzijn van oudere Brusselaars afnam door de langdurende coronapandemie. Het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) Elder pikte dat signaal op en ging aan de slag in de lokale dienstencentra. Zo brengt Elder de zorg dichter bij de Brusselaar. Ouderen krijgen er een behandeling op maat tegen stress, depressie en angsten. Dennis Marcelis is centrumleider van lokaal dienstencentrum Waha in Oudergem. Hij startte er toen de tweede coronagolf losbarstte: “We hebben toen veel verwarring en onzekerheid gevoeld.”
“Wij zijn een surrogaatfamilie”
Dennis: “Corona toont hoe cruciaal onze centra zijn voor Brusselse senioren. Wij krijgen mensen over de vloer die zich in precaire situaties bevinden, het risico op eenzaamheid is groot. Sommige senioren worstelen ook met financiële of gezondheidsproblemen. Als dienstencentrum doorbreken wij dat sociaal isolement door mensen met elkaar en met de buurt te verbinden tijdens ontmoetingsactiviteiten zoals maaltijden. Voor veel mensen zijn wij een surrogaatfamilie. Als die wegvalt, dreigt een neerwaartse spiraal.

Tijdens de pandemie hebben we de focus verlegd naar individuele hulpverlening. We merkten dat veel senioren er slecht aan toe waren. Door de regels rond bubbels en knuffelcontacten belandden ze in isolement, ze gingen snel achteruit, zowel op psychisch als op fysiek vlak. Het team werd geconfronteerd met intense verhalen over angsten en depressie. De vraag naar hulp is groter dan ooit, en dat confronteerde ons met onze beperkte draagkracht. Wij zijn een eerstelijnsorganisatie: bij specifieke problematieken moeten wij doorverwijzen. Toen Elder ons contacteerde, voelden we meteen dat er een match was. We dienen dezelfde doelgroep, maar zij hebben expertise die wij niet hebben, terwijl wij heel dicht bij de gemeenschap staan.”
Mentaal welzijn op de agenda
Elder houdt het aanbod bewust laagdrempelig, omdat de doelgroep niet gemakkelijk de stap zet naar professionele hulp.
Dennis: “We organiseerden een inloophuis. Mensen konden hier om de twee weken op gesprek komen bij een therapeut. De reacties waren meteen positief. Een half uurtje babbelen met een kop koffie erbij maakt een wereld van verschil. De mensen voelden zich begrepen en gesteund in hun zorgen en angsten.
Helaas rust er nog steeds een taboe op mentale gezondheid, terwijl de cijfers er niet om liegen. Daarbij is er ook een generatie- en genderkloof. Zeker de oudsten onder ons, die meer risico lopen op verlieservaringen, eenzaamheid en andere veranderingen, vinden moeilijker de weg naar hulp. Dat kan te maken hebben met een bepaalde fierheid, maar mentale problemen blijven ook onder de radar omdat je ze niet altijd ziet. Je moet die mensen opsporen, en dat verloopt best via organisaties die dicht bij de mensen staan. Ik heb het gevoel dat COVID-19 de kans biedt om het thema van mentaal welzijn hoger op de agenda te zetten.”

Aandacht voor personeel
Naast de individuele praatsessies organiseert Elder ook praatsessies in groep, rond thema’s als eenzaamheid en verlies. Maar het centrum heeft ook aandacht voor het personeel van de dienstencentra.
Dennis: "Dat was broodnodig: er kwam veel verdriet, angst en frustratie op de schouders van ons personeel terecht. Wij kregen vragen waar we nooit eerder mee geconfronteerd werden: we moesten daardoor herevalueren waar onze persoonlijke en professionele grenzen lagen. Daarbij heeft Elder ons beter leren omgaan met bezoekers die kampen met psychosociale moeilijkheden. Dat is de grootste troef van de samenwerking."
Zorgzame buurt
De maatregelen dwongen tot creativiteit. Het dienstencentrum nodigde bijvoorbeeld artiesten uit om op te treden op de stoep van de ouderen. ‘Apéro? Hallo!’ versterkte netwerken in de wijken van de senioren om op duurzame manier het isolement te doorbreken met warmte en vreugde.
Dennis: “Dat was een tof concept, waar we ook uit hebben geleerd: buurtbewoners reageerden enthousiast maar moesten toegeven dat ze zelfs na twintig jaar niet wisten wie hun buren waren. Het toont aan dat veel mensen geïsoleerd leven in hun buurt. Daarom kan ik me volledig vinden in het concept van de zorgzame buurt. Het is zaak om een zorgnetwerk op maat te organiseren en dat zo lokaal mogelijk. We moeten voorkomen dat hulpbehoevende mensen ontworteld worden en in een grote instelling worden geplaatst. Ons doel is om zo lang mogelijk het potentieel van de buurt te benutten en de mensen dicht bij de gemeenschap op te vangen.”
Vijf zorgzame buurten in Brussel
In 2021 deed de VGC samen met de Vlaamse overheid een projectoproep voor ‘zorgzame buurten in Brussel’. Vijf zorgzame buurten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest krijgen daardoor ondersteuning. Een netwerk van organisaties werkt samen met de buurtbewoners aan een buurt die inclusief en zorgzaam is. Het moeten buurten worden waar jong en oud samenleven, waar mensen zich goed en geborgen voelen, waar levenskwaliteit centraal staat, waar bewoners elkaar kennen en helpen, waar personen met grote en kleine noden hulp krijgen en waar diensten toegankelijk en beschikbaar zijn. De geselecteerde projecten starten in 2022 en worden gedurende twee jaar opgevolgd door een consortium van de Koning Boudewijnstichting en wetenschappelijke instellingen.
Stadspiratie-idee
Zorgspelers moeten elkaar kennen en info uitwisselen. Dat kan door coördinatie op buurtniveau: zo kan je langer thuisblijven en langer gezond blijven. Het kan ook helpen om eenzaamheid op te sporen. Omer – deelnemer Stadspiratie
